Wie heeft het luchtruim eigenlijk gesloten?

Het strikte vliegverbod dat sinds donderdag boven grote delen van Europa gold was niet nodig, schrijft NRC. Centrale vraag is wie donderdag het besluit nam het Europese luchtruim te sluiten. De eindverantwoordelijkheid ligt in elk land bij de autoriteiten die op hun beurt zijn afgegaan op rapporten van meteorologen en vulkanologen. Sinds de jaren negentig worden de vulkanische activiteit wereldwijd in de gaten gehouden door negen zogeheten Volcanic Ash Advisory Centres (VAAC’s). Europa kent er twee: in Londen en Toulouse. Londen is verantwoordelijk voor het Atlantische gebied. De VAAC’s gebruiken een ingewikkeld computermodel om het traject van vulkanische rook te voorspellen. Toen de Eyjafjallajökull as begon uit te braken, bracht het VAAC in Londen een waarschuwing uit. De vulkanische as, zo waarschuwde het centrum, zou op korte termijn over Noordwest Europa trekken. In het advies dat Londen uitbracht, werd een aantal risicogebieden aangegeven. Volgens de richtlijnen van de International Civil Aviation Organisation (ICAO) mag er in deze gebieden niet worden gevlogen. De waarschuwing zette een ‘chain of events’ in werking. Eurocontrol, de organisatie die toezicht houdt op de luchtverkeersveiligheid (maar geen besluiten neemt), vaardigde een waarschuwing uit dat Europese verkeerleiders het verkeer in het luchtruim boven het noorden van Groot-Brittannië en Scandinavië zouden moeten stoppen. De autoriteiten aldaar namen dit advies over en de rest van West-Europa volgde daarna snel. Alleen in het zuiden van Spanje en Italië en meer oostwaarts rond de Middellandse Zee is het vliegverkeer niet stilgelegd. In de loop van het weekend werden de eerste pogingen ondernomen om het luchtruim geopend te krijgen. Eerst werd het luchtruim opengesteld voor de ballonvaart en voor hanggliders. In de loop van het weekend werd het luchtruim ook vrijgegeven voor de kleine burgerluchtvaart, die niet op instrumenten, maar op het blote oog vliegt.

Bron(nen):   NRC