Oud-premier De Jong: ‘ Ik heb moeite met zo’n kabinet’

Oud-premier Piet de Jong heeft moeite met het gedoogkabinet dat nu door zijn eigen CDA met VVD en PVV wordt geformeerd. Dat zegt de inmiddels 95-jarige De Jong in een interview in Vrij Nederland.
Toen Piet de Jong op het verkiezingscongres van het CDA in april Wouter Bos de mantel had uitgeveegd omdat de PvdA-leider het kabinet had laten vallen en aldus ‘het schip van staat laten stranden’, werd de inmiddels 95-jarige oud-premier prompt belaagd door de media. In zijn Haagse appartement kwamen wel vijftig interviewaanvragen binnen, sommige van zendgemachtigden waar hij nog nooit van had gehoord. De Jong hield alle verzoeken af: ‘Ik hou niet van publiciteit.’ Inmiddels is zijn partij bij de verkiezingen bijna de helft van haar zetels kwijtgeraakt, en zitten de christen-democraten toch weer aan de onderhandelingstafel om te praten over de vorming van een nieuw kabinet. Uiteindelijk besloot De Jong – na enig aandringen –  over één onderwerp te willen praten met Vrij Nederland: het premierschap. 

Op de site van VN een sneak preview: Hoe ging de Jong om met de media? En hoe denkt hij over een kabinet met gedoogsteun van de PVV?
De Jong geeft aan moeite te hebben met de formatie van een gedoogkabinet met de PVV. ‘De godsdienstvrijheid en de rechtsstaat moeten recht overeind staan. Dat is voor mij essentieel. In 1934 ben ik naar de Oost, naar Indië gegaan. Drie jaar heb ik daar gevaren, met alle soorten gelovigen aan boord: mohammedanen, katholieken, protestanten. Mijn Ambonese seiner was strenggereformeerd. We zaten dicht op elkaar in een kleine ruimte, in de hitte. Al die jaren is er nooit één onvertogen woord gevallen. Dat kan alleen als je eerbied hebt voor elkaars overtuiging. Als je zegt: jullie deugen niet, zoals Geert Wilders doet, dan escaleert het, en gaat het van kwaad tot erger. Je moet elkaar respecteren. Daarom zeg ik: zolang de punten van de godsdienstvrijheid en de rechtsstaat niet zeker zijn, moet de PVV wat mij betreft maar in zijn eentje doormarcheren. Daar doe ik niet aan mee.’

Bron(nen):   Vrij Nederland