De berichten over het overlijden van Obama zijn sterk overdreven

Afgeschreven terwijl hij net is begonnen. David Rotkoph van Foreign Affairs vindt het flauwekul. Allereerst op historische gronden. In augustus van het tweede jaar was Kennedy nog grotendeels een nobody – de cubacrisis moest nog komen. Johnson was een groot succes ook door de sociale wetgeving, Vietnam had hem nog niet opgevreten. Nixon was nog geen Nixon geworden, geen opening naar China, geen Watergate. Nixon bleek in de latere jaren een andere man dan eerst leek. Carter ging ten onder in zijn laatste jaar dankzij de Iraanse gijzeling, en niet eerder. Reagan was na twee jaar een stuntelende acteur, met lage waardering. Een bijrolspeler in een matige film, die gedoemd leek snel weer uit zicht te verdwijnen. De eerste Bush paste nog op de winkel van Reagan. De eerste golfoorlog tekende zijn presidentschap, maar in augustus van zijn tweede jaar moest Sadam Koeweit nog binnenvallen. Clinton maakte de eerste twee jaar hoofdzakelijk fouten. Van een halfhartige poging homo’s toe te laten, via en mislukt hervorming van de gezondheidszorg, tot een rel over een startbaan die hij twee uur bezet hield om te worden geknipt door een kapper. pas later zou hij de president worden die Amerika weer rijk maakte. En de president van de stagiaire. En wat er was geworden van de tweede Bush zonder Bin Laden zullen we niet weten
Kortom, de meeste presidenten hebben hun plaats in de geschiedenis in augustus van het tweede jaar nog niet bepaald. Ze worden nog iemand die ze na twee jaar niet zijn.
Laten we, oppert Rotkoph, dus nog even afwachten.

Bron(nen):   Foreign policy