Kunnen de grenzen in Europa weer dicht?

‘Vandaag gestolen, morgen in Polen.’ 
Die uitdrukking leerden we van een chauffeur die ons jaren geleden meenam van Utrecht naar Koersk in Rusland. We reden op een grote truck door allerlei Oosteuropese landen en overal kon hij precies zeggen wat ter plekke de gebruiken waren. Diefstal, oplichterij, vals geld wisselen, minderjarige dames, diesel aangelengd met water – overal was weer iets anders, nergens was het pluis.
We moesten aan deze lang vervlogen reis denken toen we vandaag The Walll Street Journal opsloegen en lazen hoe Duitsers in de grensstreek grootschalig worden bestolen door hun Polse buren. Hele boerderijen worden leeggeroofd. Tractors, melkinstallaties, mooie auto’s of zelfs trucks… Vandaag gestolen, morgen in Polen.
En hoe het kan dat dit zo makkelijk gaat? De grens tussen beide landen is in 2007 opgeheven. Eerder werden de open grenzen gezien als een mijlpaal in de Europese eenwording en zeker, dat was het ook, maar vooral in Duitsland komt bij deze gedachte een tweeslachtig gevoel opzetten.
Op de reusachtige zwarte markten in het Oosten heerst namelijk een grote vraag naar echte kwaliteitsproducten en die worden nu dus veelal uit Duitsland opgehaald. Vooral in de nacht is de bedrijvigheid groot en komen kostbare gebruiksgoederen al gauw terecht in Polen. Om daarna te worden doorgevoerd naar de Oekraine en Rusland. 
The Wall Street Journal was erbij. En schreef er een bijzonder leesbaar stuk over.

Bron(nen):   The Wall Street Journal