20 jaar strategisch puzzelen in het Midden-Oosten op de schop

Voor meer dan 20 jaar paste de ingewikkelde strategische puzzel van het Midden-Oosten betrekkelijk eenvoudig in elkaar. De Camp-David-akkoorden verbonden Egypte en Jordanië aan Israel. In de rest van de regio hielden stabiele pro-Westerse koningshuizen de gemoederen onder controle. De dictaturen van Noord-Afrika leken onwrikbaar in het zadel te zitten. Onder deze geopolitieke calculaties begonnen de onderdrukte volken zich echter te roeren, iets waar op de tekentafel geen rekening mee gehouden is. Of althans te weinig. Het 'echte Midden-Oosten' breekt nu door het kunstmatige paradigma van politieke zekerheden dat voor beleidsmakers de afgelopen 30 jaar leidend is geweest, schrijft The Wall Street Journal.

Franse en Britse koloniale machten trokken de huidige grenzen van het Midden-Oosten tamelijk willekeurig na de Eerste Wereldoorlog. De val van het oude Ottomaanse Rijk had immers een machtsvacuüm achtergelaten. In de jaren zeventig hadden de Britten het proces van langzame terugtrekking afgesloten, en werd de regio aan de VS overgelaten als protectoraat. De Camp David akkoorden in 1978 zorgden voor een stabiele vrede tussen Egypte en Israel, laten sloot ook Jordanië zich aan. Deze akkoorden werkten voor meer dan 20 jaar als de hoeksteen van de Amerikaanse macht in de regio. Inclusief miljarden dollars voor het Egyptische en Jordaanse leger. De rest van de regio bestond uit stabiele dictaturen die konden overleven door een duidelijk standpunt in te nemen: voor of tegen de VS. 
Irak viel als puzzelstukje weg in 2003, toen de VS besloten dat Saddam Hoessein weg moest. De rest (Egypte, Saoedi-Arabië) reageerde door nóg autocratischer te worden.
De economieën vertraagden, de jonge bevolking kon geen werk meer krijgen. Social media deed zijn intrede. De rest is in te vullen.  

Bron(nen):   The Wall Street Journal