Kamerleden hebben niet zoveel zin in werkbezoeken tijdens het lange zomerreces

Kamerleden leggen in de 9 weken zomerreces gemiddeld 2,1 werkbezoeken af. Daarbij is het buitenland opvallend populair, blijkt uit een enquête van NRC Handelsblad.

 De meeste parlementariërs geven in de praktijk maar beperkt invulling aan het idee dat het reces gebruikt moet worden om de band met het land te versterken.
De belangrijkste resultaten:

  • Gemiddeld legt een Kamerlid deze zomer 2,1 werkbezoeken af, die meestal een paar uur duren.
  • Het buitenland is populair. Van de 187 werkbezoeken gaan er 30 over de grens.
  • Er zijn geen harde regels voor de activiteiten tijdens het reces en politieke partijen hebben geen beleid waar hun Kamerleden aan moeten voldoen.
  • Niemand weet van al zijn collega’s waarmee zij bezig zijn – of zelfs waar ze daadwerkelijk zijn.

ChristenUnie en GroenLinks leggen gemiddeld de meeste werkbezoeken af. De Partij voor de Dieren heeft nul afspraken. Sommige volksvertegenwoordigers houden hun bezoeken voor zichzelf. Lilian Helder (PVV): “Niet iedereen wil dat dat bekend wordt.”

Geen enkele fractie, zo blijkt, heeft vaste regels voor werken tijdens het reces, maar alle partijen zijn voorstander van het verbeteren van de band met het land door middel van werkbezoeken. “Natuurlijk is er tijd voor de broodnodige vakantie”, schrijft het parlement op de eigen website onder het dossier ‘reces’. “Maar het werk gaat ook gewoon door.” Met werkbezoeken kunnen Kamerleden “kennis en ervaring opdoen” om die “te gebruiken in debatten of om nieuwe ideeën of wetsvoorstellen te ontwikkelen”.

Het fenomeen werkbezoek ontstond in de jaren zestig. Doel: de kloof dichten tussen burgers en politiek.

Lees verder in NRC.

Bron(nen):   NRC