Schrijver van nepberichten op Facebook: “Ik denk dat Trump in het Witte Huis zit door mij”

Fake nieuws zou mogelijk Trump in het zadel hebben geholpen. Het lijkt erop dat in de laatste maanden van de verkiezingen nepberichten meer zijn gedeeld op Facebook dan echt nieuws, zo blijkt uit een analyse van BuzzFeed. Een van de schrijvers vertelt nu hoe hij valse berichten schreef en en passant 10.000 euro per maand verdiende.

Regenboogbusjes
Paul Horner (38) verzint al enige jaren nieuwsberichten, die hij viraal probeert te laten gaan. Dat deed hij ook in de aanloop naar de presidentsverkiezingen. Hij schreef bijvoorbeeld dat de Amish in Ohio massaal op Trump zouden stemmen. Ook verzon hij dat president Obama het nationale volkslied zou verbieden bij sportwedstrijden en hij schreef dat homohuwelijken in speciale regenboogbusjes snel zouden worden voltrokken.

De verhalen klinken belachelijk, zijn complete onzin, maar werden toch massaal gedeeld en niet alleen door Trumpfans, maar soms ook door nieuwssites als ABC en CNN. Zelfs Trumps zoon Eric deelde een nepartikel van hem op Twitter.

Dom
“Mensen zijn dommer dan ik dacht. Ze blijven maar berichten delen. Niemand checkt nog de feiten. Dat is precies waarom Trump is gekozen. Hij zei maar wat en de mensen geloofden het allemaal. En als wat hij zei toch niet waar bleek, dan maakte het niemand wat uit, omdat ze het toch al geloofden. Het is echt eng,” aldus Horner in de Washington Post.

Horner vertelt dat zelfs de campagneleider van Trump een bericht van hem plaatste. “Hij deelde mijn verhaal over een man die 3.500 dollar had gekregen om tegen Trump te betogen. Ik had dat gewoon verzonnen.” Hij is echt bang dat door zijn berichten Trump nu president gaat worden.

Satire
Naar eigen zeggen was het vooral satire en wilde hij mensen belachelijk maken die er in zouden trappen. Hij dacht niet dat iemand hem zouden geloven. Nu heeft de Trumphater spijt, al is de vraag in hoeverre hij dat meent. Met advertenties verdient hij ongeveer 10.000 dollar per maand.

 

Bron(nen):   The Washington Post