NAM wil immateriële schade aardbevingen niet betalen

Het gerechtshof in Leeuwarden kijkt maandag naar de afhandeling van de immateriële schade bij gedupeerden van aardbevingen in Groningen. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet die betalen, bepaalde de rechtbank in Assen ruim twee jaar geleden.

De bevingen en dus de schade zijn het gevolg van de aardgaswinning, concludeerde de rechtbank in maart 2017. Volgens de rechter heeft de gaswinning het woongenot van de inwoners van het bevingsgebied meer dan gewoon aangetast. De bevingen zouden "diep ingrijpen in levens". De NAM is het niet eens met het vonnis en stapte naar het hof.

In Leeuwarden staat de NAM opnieuw tegenover een groep van ruim 120 personen. Zij hadden de kwestie destijds aangekaart bij de rechtbank. Inwoners van het gebied hebben lichamelijke en psychische klachten. Velen kampen met een burn-out of hebben last van angst en stress. Ook maken mensen zich zorgen over hun woning die minder waard is geworden.

Advocaat Pieter Huitema, die de groep gedupeerden bijstaat, liet na het vonnis weten te hopen op welwillendheid van de NAM. "Maar als ze in hoger beroep gaan, kan het jaren duren voordat mensen hun schade vergoed krijgen", zei hij in 2017.

Beide partijen krijgen maandag de gelegenheid hun standpunt nogmaals toe te lichten. Het hof doet tijdens de zitting geen uitspraak.

De NAM moet alle zichtbare schade aan woningen en andere gebouwen vergoeden. Veel gedupeerden kwamen niet uit de kosten met die vergoeding, bleek vorige week uit onafhankelijk onderzoek onder ruim vijfhonderd gedupeerden in opdracht van de Tweede Kamer. De NAM is niet meer direct betrokken bij de schadeafhandeling.