Gemeentelijke woonlasten voor tweede jaar op rij fors omhoog

Huurders en huiseigenaren zullen in 2020 fors meer gemeentelijke woonlasten betalen, voor het tweede jaar op rij. Zij zijn vooral meer kwijt aan afvalstoffenheffing. Dat concludeert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) op basis van onderzoek naar de belastingen van de veertig grootste gemeenten.

Huurders gaan ruim 5 procent meer woonlasten betalen dan vorig jaar, huizenbezitters ruim 4 procent. De toename is iets groter dan in 2019, toen de woonlasten het sterkst stegen in ruim tien jaar. De gemiddelde huurder gaat dit jaar 363 euro betalen, de gemiddelde huiseigenaar 734 euro. De onderzoekers hebben telkens gekeken naar huishoudens met meerdere bewoners.

Gemeenten rekenen bijna 6 procent meer dan vorig jaar voor het verzamelen en verwerken van afval. Daarmee is dit de sterkst stijgende kostenpost. Dat komt omdat het Rijk de afvalstoffenbelasting vorig jaar sterk verhoogde. Veel gemeenten betaalden de kosten hiervan vorig jaar nog uit hun reserves, maar leggen de rekening nu neer bij huishoudens. De rioolheffing stijgt minder sterk.

Daarbovenop zien huiseigenaren de onroerendezaakbelasting (ozb) voor het tweede jaar op rij stijgen met ruim 4 procent. Corine Hoeben van het COELO had zelfs een sterkere toename verwacht, omdat gemeenten steeds hogere kosten maken voor zorg en welzijn. Zij vermoedt dat sommige gemeenten wachten met het sterk verhogen van de ozb, omdat dit een impopulaire maatregel is, en in de hoop dat Den Haag meer geld vrijmaakt voor zorgtaken. "Maar als die zak geld niet komt, moeten gemeenten de ozb later snel verhogen of gaan bezuinigen."

Hoeveel meer of minder mensen moeten betalen voor woonlasten, verschilt sterk per gemeente. Zo gaan huiseigenaren in Apeldoorn 17 procent meer dan vorig jaar betalen en huurders zelfs 29 procent, terwijl de woonlasten in Arnhem juist zullen dalen.