De Formule 1 zonder geld en dus met ruzie

De Formule 1 dreef de laatste jaren financieel op twee belangrijke inkomstenbronnen: geld van de autoindustrie en geld van banken en verzekeringsbedrijven (sponsors), zoals ING en Credit Suisse. Wat hebben die twee bedrijfstakken gemeen?
Jawel. De 3, 9 miljard dollar die normaal per jaar in de formule 1 omgaat zal dit jaar en de komende jaren niet langer voorhanden zijn, vermoedt Business Week. Bij het publiek is niet minder belangstelling voor het rumoerige vertier dan andere jaren; dat zal volgende week blijken als het seizoen start in Australië.
Maar de economische malaise slaat een diep gat in de financiering. Op 16 maart kondigde Toyota aan 300 miljoen dollar op de F1 te besparen. Honda (jaarbudget tot nu toe 430 miljoen) is helemaal uit de race gestapt.
Credit Suisse beëindigde zijn bijdrage aan het BMW-team en ING kondigde aan de sponsoring van Renault te staken. En in 2010 houdt de zojuist genationaliseerde Royal Bank of Schotland op met de sponsoring van het Williams Team.
De eigenaren van de Formule 1 races overwegen de budgetten van teams aan banden te leggen om de gaten te dichten. Er zullen als gevolg daarvan massale ontslagen vallen bij renstallen. En dan maken de betrokkenen ook nog ruzie over de spelregels. Want als er veel miljarden zijn is iedereen blij, als er minder miljarden zijn is iedereen boos. voor dit jaar. Het ziet er allemaal niet zo goed uit. Maar dat is tijdelijk. Kevin Alavy, analist van het consultantsbureau Future Sports & Entertainment (IPG), ziet de toekomst zonnig in, omdat hij denkt dat er sprake is van een overgangsprobleem. "In de jaren tachtig dreef de sport op de tabaksindustrie. Toen reclamewetten dat onmogelijk maakte, kwamen er nieuwe sponsors uit de wereld van telecom en technologie. Na de dot.com-crisis werd de het stokje overgenomen door de financiële wereld. Nu zijn de banken aan de beurt, maar ook dat zal de sport te boven komen."
Analisten denken dat luchtvaartmaatschappijen, vooral uit het Midden Oosten, de nieuwe kip met de gouden eieren zullen zijn. Want voor zeshonderd miljoen mensen die live naar de wedstrijden kijken zijn altijd wel weer sponsors te vinden.

Bron(nen):   Business Week  The Indeppendent