Apartheid in Rio de Janeiro

Een muur is dikwijls bedoeld om mensen buiten te houden. En om je binnen de muur lekker veilig te voelen – denk aan de Chinese Muur en aan de Berlijnse Muur.
In Rio de Janero komt nu ook een muur, een zogenaamde ‘ecomuur’ – gebouwd rond sommige grote achterbuurten – die moet voorkomen dat de sloppen zich meer en meer uitbreiden en zo een bosrijk natuurgebied aantasten.
Fijn dat de Brazilianen zo zuinig zijn op de natuur, zou je denken.
Helemaal niet, zeggen critici; dit is een doortrapt plan om de favelas – de achterbuurten – te isoleren en om te voorkomen dat de bewoners van deze buurten makkelijk de rijkere delen van de stad kunnen betreden.
Scepsis is hier inderdaad op z’n plaats, want het is opvallend dat aan de stadzijde geen toegangspoorten komen. Als je de muur zo bouwt, ben je wel héél erg zuinig op de natuur. Het heeft er dus de schijn van dat de muur een scherpe scheiding gaat aanbrengen tussen de gewelddadige achterbuurten en de wijken richting strand waar het leven goed is, richting Copacabana.
De alledaagse werkelijkheid in de favelas is bijzonder gewelddadig. De gouverneur van de stad vergeleek deze plekken eerder met Zambia. Rio wil graag de Olympische Spelen van 2016 organiseren en dan is het goed als het geweld afneemt en als de politie minder vaak met het pistool in de hand problemen hoeft op te lossen.
De afgelopen tien jaar nam de omvang van de favelas met zeven procent toe en dat is voor het stadsbestuur aanleiding de natuur voortaan goed te beschermen. Ook al noemen anderen het bouwen van de ecomuur gewoon ‘apartheid.’

Bron(nen):   The Wall Street Journal