Dood aan de vechthond

In Denemarken is het aantal rottweilers, mastiffs en pit-bulls de afgelopen jaren toegenomen tot zo’n 20.000 stuks. 
Tikkeltje veel voor zo’n klein landje en het hoeft geen betoog dat menige Deen die de deur uitging met zijn hond voor een rondje door de buurt, alleen met de halsband weer thuis kwam; onderweg was zijn huisdier verscheurd door een vechthond. 
Zo kwam de vechthond deze zomer bovenaan de politieke agenda te staan. Hele rassen domweg verbieden zou geen optie zijn geweest; dan hadden fokkers vast snel de verboden rassen met elkaar vermengd en was zo een nieuwe vechthond ontstaan, die volgens de wet niet verboden is.
Maar wat dat wel? In het parlement zit ook een dierenarts, ene Flemming Moller, en die stelde voor alle bastaardhonden af te maken. Volgens hem is dat de enige manier om een hondenras te zuiveren van agressieve smetten. 
Dat kwam hem duur te staan. 
Onmiddellijk werd de vergelijking gemaakt met Nazi’s en met ‘etnische zuiveringen,’ want sommige mensen zijn te dom om het verschil te zien tussen mens en dier. Uitkomst: Denen gaan lekker door met het fokken van vechthonden en alles blijft bij het oude. 
Een verbluffende overeenkomst trouwens met Nederland waar sinds een jaar het (succesvolle) fokverbod voor vechthonden is opgeheven door de minister van Landbouw, door Gerda Verburg. Ook al onder het mom dat verschillende hondenrassen een gelijke behandeling verdienen, een kostbare vergissing.

Bron(nen):   The Economist