Rob Jetten: actiegroepen moeten politici niet thuis opzoeken

D66-leider Rob Jetten vindt dat er een grens is overschreden met het bezoek dat hij dinsdagavond thuis kreeg van vijf leden van boerenactiegroep Farmers Defence Force (FDF). De boeren kwamen hem een voedselpakket brengen, omdat Jetten positief is getest op het coronavirus en voorlopig in quarantaine moet. De sfeer was niet dreigend, zegt Jetten, maar actiegroepen horen volgens hem politici niet thuis op te zoeken. "En zeker niet ’s avonds in het donker onaangekondigd aan mijn voordeur", schrijft Jetten woensdag op Facebook.

Jetten meldt ook dat het "vreemd en onaangenaam" voelt dat FDF zijn thuisadres weet. "Als mens heb ik ook een leven buiten de politiek. Ik heb een woning waar ik thuis ben en waar ik niet door mensen ongevraagd wil worden gefilmd; hoe aardig ze het misschien ook bedoelen. Ik hecht aan mijn privéleven. Aan een plek waar ik naast de politicus Rob ook gewoon partner, vriend, broer en buurman ben."

Jetten wijst er ook op dat D66 en FDF van mening verschillen over het landbouwbeleid. Fractiegenoot Tjeerd de Groot opperde vorig jaar de veestapel in Nederland te halveren om de stikstofuitstoot te verminderen. Mede door die uitspraak trokken duizenden boze boeren richting het Malieveld en werden meermaals wegen geblokkeerd.

De Groot deed aangifte van bedreigingen, aldus Jetten. Hij voegt er aan toe: "GroenLinks-collega Jesse Klaver en ik zagen onze naam terug op een doodskist. Mijn auto werd bij een aanvankelijk onderhoudend bezoek aan Diepenheim klemgereden door tractoren en met stickers beplakt."