Saoedi’s houden niet van kruizen of zevenarmige kandelaars

Onder het zand van Saoedi-Arabië liggen schatten mooier dan die van het veel bezongen Petra. Logisch: het land was een bakermat van beschaving. Christendom en jodendom leefden vreedzaam naast elkaar in de eerste eeuwen na het begin van de jaartelling. En logischerwijs werd de godsdienst die ontstond in Saoedi-Arabië een soort mengeling van jodendom en christendom. Ook een geloof met een boek, en met een hemel en met Jezus en Abraham. Voor Mohammed, gezegend zij zijn naam, was dat allemaal erg logisch.
Maar niet voor de huidige bewoners van het land.
Onvermijdelijk komt per ongeluk of bij opgravingen af en toe de rijke beschaving van voor de Islam boven het zand uit. Maar als die sporen bevatten van christendom of jodendom, dan mag daaraan geen ruchtbaarheid worden gegeven, meldt de Japanse krant The Manich Daily News.
Een 4e eeuwse christelijke kerk, een uniek monument, moest geheim blijven nadat het 20 jaar geleden spontaan uit het zand te voorschijn was gekomen.
Maar er lijkt een klein scheurtje te zijn ontstaan in het ijzeren gordijn dat de geschiedenis probeert te verduisteren.
Er zijn Saoedische  en buitenlandse archeologen toegelaten om handelsroutes van eertijds te onderzoeken. Maar wat gevonden wordt, kan niet worden ten toongesteld. Niet-islamistische voorwerpen moeten in de grond blijven zegt Sjeik Mohammed al-Nujaimi, een belangrijk geestelijk leider. "Hoe kunnen we immers kruizen ten toonstellen als we ontkennen dat de kruisiging heeft plaatsgevonden?"

Bron(nen):   The Manichi Daily News (Japan)