50 tips voor Amsterdamse obers

  1. Heet altijd iedere gast hartelijk welkom
  2. Laat gasten die alleen zijn zich niet rot voelen dus niet: ‘wacht u op iemand?
  3. Als gasten moeten wachten voor er een tafel vrij is, geef ze dan iets te drinken van het huis
  4. Zeg niet hoe je heet, niet flirten, niet brommen
  5. Onderbreek geen enkel gesprek. Nooit. Nimmer.
  6. Raak geen gasten aan. Nooit. Nergens
  7. Als je vraagt: ‘heeft het gesmaakt?’ luister dan ook naar het antwoord en doe er iets mee.
  8. Zeg nooit: ik weet het niet. Zeg: ik zoek het uit.
  9. Onthoud (of schrijf op) wie wat heeft besteld en zet zeker niet de borden verkeerd neer.
  10. Ga er niet van uit dat de gast witte wijn in een ijskoeler wil. Vraag het.

Zie voor de andere 40 The New York Times, want kennelijk is zo’n lijst in New York net zo dringend als in Amsterdam.
En trouwens: in Rotterdam staat het met de beschaving in de horeca een stuk beter.

Bron(nen):   The New York Times