Hummer Love

In het zondagse magazine van The New York Times wordt vandaag met enige compassie stilgestaan bij de Hummer-rijder. 
Wat je zult maar in een Hummer rijden. De klimaattop in Kopenhagen moet nog beginnen, maar ook zonder deze hoogmis van de Groene Gemeente is de Hummer-rijder suspect. Hij kan de auto beter niet voor de deur parkeren, want hoon is zijn deel. Hier woont iemand die het niet kan schelen dat de wereld naar de bliksem gaat, zegt hij met zijn auto. 
Onderweg krijgt hij obscene gebaren toegevoegd van voorbijgangers. Die zien hem weliswaar niet want het glas is geblindeerd, maar ze weten natuurlijk dat daar in dat donkere hol, achter het stuur, een slecht mens zit, dat openlijk dient te worden veracht. 
In het huidige debat van waarden en fatsoen staat de Hummer-rijder aan de verkeerde kant. Aan de goede kant heb je de trotse eigenaar van een Prius, aan de andere kant heb je de man met de Hummer. Hij heeft geen recht van spreken, want hij is fout; en nagenoeg rechteloos.
Misschien dat een enkeling achter het stuur van zo’n zwarte kolos nog een beetje fantaseert over de vrijheid die zijn auto hem verschaft en dat hij zo het gevoel heeft van de oude frontier die een onbekende wereld verkent. Nou, dan heeft hij slecht opgelet, want die tijden zijn allang voorbij.
De Hummer symboliseert alles wat fout is. En wie erin volhardt om gewoon door te rijden in deze benzineslurper, is een outcast.

Bron(nen):   The New York Times