Kwart minder nier- en levertransplantaties door coronapandemie

Door de coronapandemie zijn er vorig jaar een kwart minder nier- en levertransplantaties uitgevoerd dan in 2019, blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).

In 2020 ging het om 390 nier- en levertransplantaties, vergeleken met 523 in het jaar daarvoor. Volgens de NTS komt deze daling doordat het programma met levende donoren tijdens de eerste golf van het coronavirus tijdelijk helemaal was stopgezet. Dat gebeurde om besmetting van donor en ontvanger in het ziekenhuis te voorkomen. Daarbij waren er afgelopen jaar minder niertransplantaties doordat veel niet-acute zorg was uitgesteld.

Het aantal transplantaties met organen van overleden donoren daalde vorig jaar met 4 procent tot 733. In het jaar daarvoor ging het om 770 transplantaties. "De coronapandemie leidde tot een dip in aantallen transplantaties, zeker in maart, april en mei. Gegeven de complexe omstandigheden hebben er uiteindelijk nog behoorlijk veel transplantaties plaatsgevonden", stelt de organisatie vast.

Het aantal mensen op de wachtlijst voor orgaandonatie is eind vorig jaar iets gedaald, van 1271 in 2019, tot 1257. Het aantal patiënten dat wacht op een donorhart is echter gestegen, met 17 tot 133. De grootste groep wachtenden zijn nierpatiënten, in totaal 828 eind 2020. Dat is ongeveer gelijk aan 2019. De exacte effecten van de coronapandemie op de lengte van de wachtlijsten moet volgens de NTS nog nader worden onderzocht.