Duitsland bestaat niet

Duitsland bestaat niet, dat mag je toch wel concluderen als je in Nederland je oor te luister legt. Duitse films, Duitse boeken, Duitse acteurs, Duitse denkers, Duitse gerechten, Duitsers zelf – het lijken allemaal zaken die van de aardbodem zijn verdwenen. Het is dat Duitse auto’s zo goed zijn, anders zouden ze subiet uit het vaderlandse wagenpark worden geweerd.
Nog maar 10, 20 jaar geleden werd er hier tenminste nog op Duitsers gescholden, maar onze indruk is dat ook dit goeddeels tot het verleden behoort. Niet dat we schelden willen aanprijzen, maar ook dit mag een illustratie zijn van de wegzinkende band van Nederland met zijn buurman.
Graag vragen we hier een beetje aandacht voor Duitsland, groot, nee reusachtig land in menig opzicht. Als Nederlanders zouden willen profiteren van een bijzondere cultuur die nabij is en enigszins toegankelijk, dan is dit de kans. 
Dezer dagen zaten we toevallig weer wat te lezen in een driedelige boekenreeks, Italien geheten, van de hand van de Duitse schrijver Eckart Peterich. Lang geleden gekocht in Heidelberg, 3 deeltjes dundruk met ieder zo’n 800 pagina’s waar de lezer wordt meegevoerd door Italië. Dit is zo goed, zo grondig en zo liefdevol geschreven dat je zielsblij bent dat iemand zijn halve leven heeft gewijd aan het toegankelijk maken van dit bijzondere land. In Nederland zou zo’n standaardwerk ondenkbaar zijn, in Duitsland is zoiets heel gewoon. 
Terug naar de zaak waar het hier om gaat. 
Achter de link treft u een reeks foto’s aan van natuurparken, voornamelijk op Duits grondgebied. Ook al weer iets om je over te verbazen, zoals bijgaande foto, afkomstig van het eiland Rügen.
Weet u wat het is? Laat al die Nederlanders ook maar wegblijven uit Duitsland. Als slechts de lezers van Welingelichte Kringen oostwaarts trekken, blijft het daar alleszins draaglijk. En mochten we elkaar daar ontmoeten op een van de mooie plekken die bijgaande ‘Fotostrecke’ toont, dan volstaat een korte handbeweging naar de zijkant van het voorhoofd (welingelicht!). En gaat eenieder vervolgens zijns weegs.

Bron(nen):   Die Zeit