Dit is de top van de maffia

In The Economist wordt aandacht gevaagd voor de ’Ndrangheta,’ de maffia van Calabrië die, zo beweert het weekblad uit Londen, veel beroemder zou zijn als de naam wat beter in de mond zou liggen. Niet de Cosa Nostra (Sicilië) en de Camorra (Napels en omstreken) zijn de meest beruchte vertakking van de maffia, nee, het is de Ndrangheta die het meest machtig en gevaarlijk is. 
Al in de jaren negentig waarschuwden politie en rechters voor het machtige syndicaat dat rijker en rijker werd, maar toch bleef de faam nog lange tijd achter bij de werkelijkheid. Vooral dankzij de vele verbindingslijnen met Columbiaanse drugsbazen zou de Zuid-Italiaanse organisatie zo rijk en machtig zijn. 
Een van de grote namen van de Ndrangheta is Roberto Pannunzi, voor het eerst in Medellin, Colombia, gearrsteerd in 1994. Bij die gelegenheid zou hij zijn belagers een miljoen dollar ‘right now’ hebben beloofd als ze hem weer lieten gaan. Van een uitlevering aan Italië kwam destijds niets terecht. Later, in 2004, werd hij in eigen land opgepakt, maar toen hij vorig jaar een hartaanval kreeg en werd overgeplaatst naar een privékliniek, is hij spoorloos verdwenen. 
Het sullige gedrag inzake Pannunzi werd enigszins gecompenseerd met de arrestatie van Giovanni Tegano. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor een der bloedigste maffia-oorlogen die bijna 600 slachtoffers heeft geëist. Maar toen op het politiebureau waar hij verbleef zo’n 500 man voor de deur stonden te applaudisseren, werd nog eens duidelijk dat Tegano blijkbaar niet door iedereen wordt gehaat en dat hij althans in Calabrië veel vrienden heeft. 
Naar het schijnt bestaan de vertakkingen in de Ndrangheta uit echte families, terwijl het bij de concurrerende organisaties vaak zo wordt genoemd om de innige banden tussen collega’s aan te geven. Dat maakt de strijd tegen de georganiseerde misdaad, die toch al moeizaam verloopt, in dit geval extra ingewikkeld. Want is er bij andere clans vaak een piramide met de baas bovenin – hier lijkt de structuur meer op een eilandenrijk zonder 1 zwaartepunt.

Bron(nen):   The Economist