China beslist of 2 miljard mensen te drinken krijgen

Tibet is een reusachtige bron van water. Dankzij de hoge ligging en de enorme hoeveelheden sneeuw en gletsjers is dit de plek waar rivieren ontspringen en grote delen van Azië van water worden voorzien. In dit verband doen zich twee reusachtige problemen voor. 
Door de klimaatverandering smelten gletsjers in hoog tempo af – er wordt rekening mee gehouden dat de komende tien jaar een derde deel van de aanwezige gletsjers zal zijn verdwenen. De Chinese overheersers probeert de landschappelijke kaalslag die hiermee gepaard gaat te voorkomen, en hebben daarbij 20.000 Tibetaanse nomaden van hun vaste woonomgeving verdreven. Wie altijd herder was en met zijn vee rondzwierf, moet nu in een dorp wonen en mag niet langer zijn oude leven leiden. ‘Uiteraard’ is tot deze maatregel van hogerhand besloten en hebben de betrokken Tibetanen zich hier maar in te schikken. 
Een tweede probleem is het volgende: een groot deel van Zuidoost- Azië is afhankelijk van het (drink)water, afkomstig uit Tibet en steeds meer beschouwt China water als een politiek wapen. Door rivieren om te leggen, kunnen omliggende landen rechtstreeks geraakt worden, want als China dit wil, zullen de Brahmaputra, de Indus en de Mekong minder water afvoeren dan gebruikelijk is. In totaal zijn zo’n 2 miljard mensen afhankelijk van deze waterstromen. 
China zelf begrijpt goed in welke machtspositie het land verkeert en na militaire en economische hegemonie is China dus ook qua watervoorzieningen heer en meester in de wereld. Omliggende landen zijn bevreesd hoe China met deze machtspositie om zal gaan. En Tibetanen kunnen zich nog minder illusies maken om de vraag of er spoedig een einde zal komen aan de Chinese knevelarij. 
Uit het oogpunt van macht en overheersing heeft China met zijn waterreservoir omliggende landen compleet in de tang. Wie de komende decennia iets te drinken wil hebben in India, Nepal, Bhutan, Bangladesh, Birma, Laos, Cambodja en Vietnam moet om te beginnen aardig en onderdanig zijn. Wie weet, stemt dit China gunstig en volgt pas daarna een kleine gunst.

Bron(nen):   The Washington Post