De warming up

Stel, u behoort tot de weinigen die onder ogen durft te zien hoe de zaken ervoor staan. Natuurlijk, ook u stond tijdens de vorige wedstrijden van Nederland met een biertje in handen te schreeuwen en u juichte als Oranje weer een stap verder kwam en bovendien hebt u heel even overwogen een oranje voetbalshirt aan te doen. Maar tegelijk liet de twijfel u niet los, het hele toernooi niet.
Zeker, de doelpunten waren echte doelpunten en na 90 minuten waren we weer een stap verder, en ook is het waar dat de alcohol zijn verdoezelende werk deed, maar toch: Nederland zwijnde van het ene succesje naar het andere en welbeschouwd was het een klein mirakel dat we nog steeds niet uit het toernooi waren gekegeld. 
Als u diep in huw hart ook wel weet dat het allemaal veel minder voorstelt dat De Telegraaf en de staatsomroep ons dagelijks willen doen geloven, dan bent u toe aan een heldere voorbeschouwing van wat ons vanavond te wachten staat. Een eerlijk oordeel van man tot man – zoals de dokter soms het slechte nieuws komt brengen, omdat iemand het moet zeggen. 
Als u tot deze minderheid behoort, kunt u gerust naar de link gaan waar de altijd verstandige Rob Hughes voor de International Herald Tribune schrijft hoe de krachtsverhoudingen werkelijk liggen: Spanje is top, Nederland kent twee bijzondere induvidualisten en moet het voor de rest vooral hebben van superschopper Mark van Bommel, een onbeschofte speler die allang met rood van het veld had moeten worden gestuurd. 
Tel uit je winst.

Bron(nen):   The New York Times