Waarom mag ik mijn konijntje wél en mijn kat niet opeten?

Toen de politie in New York een man aanhield voor het negeren van een stopteken, vonden ze een levende kat in de kofferbak in een marinade van olie, chilipepers en zout. De man vertelde dat zijn kat hem niets dan last bezorgde en dat hij van plan was haar te braden en op te eten. Hij werd aangeklaagd voor dierenmishandeling.

Het artikel in Slate gaat in op specifieke wetten in verschillende staten van de USA die de kat beschermen tegen hongerige baasjes. De staat New York verbiedt ‘het slachten van een gedomesticeerde hond (canis familiaris) of gedomesticeerde kat (Felis catus of domesticus) om er voedsel, vlees of producten van te maken voor menselijke of dierlijke consumptie’. Het is niet duidelijk of het eten zelf verboden is of alleen het slachten en produceren van een product. Als je erin slaagt om honden- of kattenpaté te kopen die iemand anders gemaakt heeft, zou je die volgens deze wet wel mogen eten. De wet zegt ook niets over fretten, gerbils, parkieten, of andere, minder bekende soorten huisdier.

In Californië is de anti-pet-eating-wet wat strenger. Het in je bezit hebben van producten op basis van kat of hond is ook al strafbaar. De wet beschermt ‘ieder dier dat traditioneel of gebruikelijk als huisdier wordt gehouden’, maar welke dieren daar wel en niet onder vallen is niet helemaal duidelijk. Varkens niet, terwijl ze toch vaak als huisdier gehouden worden. Voor paarden is er een aparte regeling. In andere staten zijn niet veel restricties. In Missouri bv. zou het moeilijk zijn om iemand te arresteren, omdat hij een kat opgegeten heeft, tenzij het een uiterst gruwelijke slachtpartij was.

In Nederland geldt de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) uit 1992. In de algemene regels staat dat het verboden is dieren te doden (tenzij anders in de wet staat). Voor ‘gezelschapsdieren’ gelden aparte wetten en regels. Maar nu weet ik nog niet waarom ik Flappie wel en Kittie niet mag opeten!

Bron(nen):   Slate  Wet GWWD