Het leven van een kapitein op een cocaïneduikboot

Gustavo Alonso was de kapitein van een cocaïne-onderzeeër in Colombia, toen hij op zee werd gearresteerd met aan boord 3,5 ton coke. Al snel realiseerde hij zich dat eenzame opsluiting te prefereren was boven het werken voor de Colombiaanse cocainekartels.
Alonso (een gefingeerde naam) vertelt aan Der Spiegel over zijn leven. Dat hij, voordat hij zich met de drugskartels inliet, kapitein was op een vissersboot, totdat zijn vrouw ernstig ziek werd en hij 40.000 dollar nodig had voor medische kosten. Een ‘kennis’ wilde hem wel helpen. Nadat zijn vrouw was geopereerd, diende diezelfde kennis zich weer aan, ditmaal voor een wederdienst: het besturen van een narco-onderzeeër.
Alonso is afkomstig uit Buenaventura, een Colombiaanse havenstad, waar als je benaderd wordt door drugsdealers, je geen andere keuze hebt dan voor hen te werken. Volgens Der Spiegel wordt er vooral in de arme wijken gerecruteerd, wijken waar nauwelijks werk is en slechts af en toe stromend water en stroom. Hier vindt de drugsmafia haar voetsoldaten. Wie niet meewerkt of het cocainetransport niet goed volbrengt, wordt vermoord.
Alonso was niet alleen bang dat hij zelf en zijn familie zou worden vermoord, hij moest het ook nog eens dagenlang op zee zien uit te houden, in een nauwe, semi-afzinkbare duikboot vol met cocaine, maar zonder zwemvest of reddingsbootje.
De boot bestond uit drie compartimenten, waar je nauwelijks in kon staan. De bemanning moest kruipend via de laadruimte en de controleruimte naar de slaapplaatsen. Er waren geen wc’s en er was geen verlichting.

Het verhaal is extra schrijnend, temeer omdat een op de drie cocainegebruikers in de VS de drugs krijgen geleverd via de honderden Colombiaanse narco-duikboten. 

Bron(nen):   Der Spiegel