Niemand heeft nog vertrouwen in VN-klimaattop

De VN roept al jaren dat er actie moet komen om klimaatverandering tegen te gaan. Na de mislukte top in Kopenhagen vorig jaar proberen ze het dit keer opnieuw in het Mexicaanse Cancun. Deze klimaattop nadert vandaag zijn einde, maar kan tot nu toe op opvallend weinig media-aandacht rekenen. Naar het schijnt hebben de wereldleiders het ook dit jaar weer te druk met hun eigen nationale belangen om zich hier werkelijk voor in te zetten.
Verschillende bedrijven en afzonderlijke landen wachten inmiddels de trage besluitvorming niet langer af en beginnen zelf initiatieven. Bedrijven in Califonië compenseren hun uitstoon door te helpen regenwoud in Brazilië te behouden, Japan helpt kerncentrales te bouwen (in plaats van zeer vervuilende kolencentrales) in ontwikkelingslanden en Zuid-Korea gaat zeer sterk inzetten op duurzame energie in eigen land. Sinds het protocol van Kyoto zijn is er internationaal geen noemenswaardige actie voor ondernomen, en de nieuwe aanpak bestaat uit een ‘bottom-up’ in plaats van een ‘top down’ aanpak. De Mexicaanse president Calderón spreekt er zelfs openlijk van dat deze aanpak de toekomst heeft, nu internationale samenwerking steeds vruchtelozer blijkt.
De vraag is of dat voldoende is. Vooral de armere landen in woestijnachtige gebieden hebben veel last van klimaatverandering en roepen om internationale actie. Hoewel je je natuurlijk kunt blijven afvragen in hoeverre die landen niet zélf verantwoordelijk zijn voor hun problemen door wanbeleid en ontverantwoordelijk gedrag van een onwetende bevolking.

Bron(nen):   The Washington Post