Baarmoeder te huur: vruchtbaarheidstoerisme neemt toe

In Amerikaanse universiteitsbladen worden eiceldonoren gezocht. Hoe hoger de toelatingseisen van de universiteit, hoe hoger de vergoeding. Ofwel: hoe slimmer de donor, hoe beter betaald. Dat is in strijd met de richtlijnen, die verbieden om extra te betalen voor bijzondere kenmerken, zoals intelligentie. Daarnaast worden sociale media, als Twitter en Facebook, ingezet. Ook Nederlandse wensouders kopen daar eicellen en vinden er draagmoeders. Bijna alle donoren zijn anoniem, terwijl in Nederland sperma- en eiceldonoren niet anoniem mogen blijven en in eigen kring moeten worden gevonden.

Door de groeiende vraag naar eicellen, sperma en draagmoeders is wereldwijd een reproductieve markt ontstaan, waarbij het aanbod lager ligt dan de vraag, wat de prijzen opdrijft. In Amerika gaat er zo’n 3 miljard dollar per jaar om in de fertility business. Sperma is er te koop vanaf 400 dollar, eicellen van 5.000 tot 80.000 dollar. Een commerciële draagmoeder is te huur voor 22.000 dollar. Het kan voor minder, bv. in India. Hier kosten commerciële draagmoeders zo’n 12.000 dollar. Erg populair zijn Spaanse privéklinieken die eicellen aanbieden. Vergoeding voor de donoren: 900 euro.

Exacte cijfers over hoeveel mensen de landsgrenzen over gaan, zijn er niet, maar uit onderzoek blijkt dat het om een substantieel aantal gaat en dat dat aantal toeneemt. Minstens 600 Nederlandse koppels gaan jaarlijks naar België voor een IVF-behandeling met donoreicellen, o.a. om de leeftijdsgrens te omzeilen. Britten gaan naar Spanje omdat er in eigen land een groot tekort is aan eicel- en spermadonoren. Ook Amerikaanse stellen reizen af naar Spanje. Er wordt geadverteerd met een vakantie in Alicante die je er gratis bij krijgt.

De auteurs van het artikel, Ingrid Geesink en Chantal Steegers, hebben een boek geschreven: ‘Nier te koop – Baarmoeder te huur. Wereldwijde handel in lichaamsmateriaal’ Uitgeverij Bert Bakker.

Op 10 maart zendt BNN de documentaire “Baby te koop” uit op Nederland 3 om 21.00-21.45.

Bron(nen):   De Groene Amsterdammer  Boek  BNN