Kannibalisme zit in onze natuur

Kannibalisme komt van oudsher voor in verschillende culturen, o.a. de Griekse, Romeinse, Slavische, Egyptische, Scandinavische, Germaanse en hindoeïstische. Een voorbeeld uit de Griekse mythologie: de oppergod Chronos at 4 van zijn kinderen op om te voorkomen dat de voorspelling uit zou komen dat één van hen hem van de troon zou stoten.

Binnen religies is er niets dat de Heilige Communie evenaart: het nuttigen van het lichaam en bloed van Christus. Als je dat letterlijk neemt, zijn alle christenen kannibalen en vampiers. Het idee dat brood en wijn kan worden omgezet in vlees en bloed wordt ‘transsubstantiatie’ genoemd en is eigen aan de katholieke kerk, maar is gebaseerd op heidense gebruiken. Het eten en drinken van goddelijk vlees en bloed geeft iemand meer (goddelijke) kracht. Zowel in verhalen over vampieren als in het christendom, wordt het ritueel drinken van bloed gelijkgesteld aan het verkrijgen van het eeuwig leven.

Kannibalisme en vampieren komen doorheen de geschiedenis terug in literatuur, kunst en sprookjes. Denk maar aan Hans en Grietje die bang waren om opgegeten te worden door de heks. En bekend zijn natuurlijk de films: Nosferatu; The Cook, the Thief, His Wife, and Her Lover; Silence of the Lambs, ….

Wat trekt ons aan in deze verhalen? Een taboe wordt doorbroken. We willen liever niet toegeven dat we in staat zijn tot dergelijke morele schaamteloosheid. Freud noemt kannibalisme als een van onze ‘instinctieve wensen’. Anthony Hopkins (de auteur die Hannibald Lecter vertolkte) zei in een interview: ‘we zijn gefascineerd door de duisternis in onszelf …’. Zijn we allemaal min of meer onderdrukte kannibalen met een laagje beschaving er overheen?

Dit artikel is het laatse in een serie van 3. Het eerste (1) gaat over metaforen en uitdrukkingen die onze kannibalistische neigingen verraden. Het tweede (2) gaat over de evolutie van het kannibalisme en het voorkomen ervan bij dieren.

Bron(nen):   Psychology Today (3)  (1)  (2)