Zo kweek je een modelkind: 25 tips

Pedagogen hebben in opdracht van parents.com dé 25 beleefdheidsegels opgesteld die van je spruit een modelkind maken. Leer ze deze manieren voor hun 9e en je hebt er geen omkijken meer naar:

  1. ‘Alsjeblief’ zeggen als je iets vraagt. Als je iets wil, vraag het dan beleefd. Bij ‘ik wil een snoepje’ hoort het woordje ‘alsjeblief’.
  2. ‘Dank je’ zeggen als je iets krijgt. Loop niet weg zonder wat te zeggen. De gever voelt zich dan beledigd. Je kan ook creatief bedanken met een tekening of een kaartje.
  3. Een gesprek niet zonder ernstige reden onderbreken. Je mag je ouders niet zomaar onderbreken tijdens een gesprek. Als ze klaar zijn, zullen ze je vragen beantwoorden.
  4. ‘Mag ik iets zeggen?’ Als je meteen aandacht wil, is de beleefdste manier om in een gesprek binnen te dringen: ‘sorry’. Dat valt op.
  5. Bij twijfel: vraag raad. Je weet niet zeker of iets wel mag? Vraag het aan je ouders. Dat bespaart je uren ruzie.
  6. Geen negatieve kritiek. Eerlijkheid duurt het langst, maar niet iedereen is geïnteresseerd in een negatieve mening. Je kan er mensen mee kwetsen.
  7. Geen opmerkingen over fysieke kenmerken. Zeg niet te luid als je merkt dat iemand te dik is. De waarheid kan soms kwetsen. Een complimentje over iemands uiterlijk mag altijd.
  8. ‘Hoe gaat het?’ Als je de vraagt krijgt of het goed met je gaat, kan je die op verschillende manieren beantwoorden. Informeer ook hoe het met de andere gaat.
  9. ‘Bedankt dat ik mocht komen spelen’. Ben je blijven spelen bij een vriend? Vergeet dan niet dat die ouders die leuke tijd mede mogelijk maakten. Bedank hen.
  10. Eerst aankloppen, dan pas binnengaan. Loop niet zomaar een kamer binnen. Je weet nooit waar iemand mee bezig is. Klop eerst op de deur en wacht op een antwoord om binnen te gaan.
  11. ‘U spreekt met…’ Zeg wie je bent en waarvoor je telefoneert voor je begint. De persoon aan de andere kant van de lijn zal je dan veel vriendelijker te woord staan.
  12. Vloeken mag niet. Af en toe je frustratie de vrije loop laten met vloekwoorden kan, maar wees er spaarzaam mee. Gebruik ze liever als niemand het hoort.
  13. Wees blij met elk geschenk. Begin niet te mokken als je een cadeautje krijgt dat je niet leuk vindt.
  14. Niemand uitschelden. Zeg nooit tegen iemand wat je zelf niet graag zou horen. Ook je klasgenootjes hebben gevoelens. Jij huilt niet graag, zij ook niet.
  15. Niet pesten. Zomaar iemand belachelijk maken kan niet. Pesten toont hoe zwak je bent, zeker als je het in groep doet. Met een beetje medeleven maak je meer vriendjes.
  16. Verveling is geen reden om keet te schoppen. De personen die het uitleggen, doen hun best. Hou je rustig bezig en laat anderen luisteren.
  17. Botsing =sorry. Als je tegen iemand aanbotst, zeg dan meteen ‘sorry’. Je kan ook vragen of ze geen pijn hebben. Zo maak je duidelijk dat het niet opzettelijk was.
  18. Niet neuspeuteren. Het kan leuk zijn om in je neus te peuteren, maar het is niet beleefd. Ook als je hoest of niest, bedek je best je mond.
  19. Deuren openhouden. Als je ergens binnenloopt, laat dan de deur niet achter je dichtslaan. Kijk of je ze niet voor iemand kan openhouden.
  20. Hulp aanbieden. Als je ziet dat je buur, leerkracht of ouders ergens mee bezig zijn, vraag dan of je kan helpen. Als ze ‘ja’ zeggen, kan je iets bijleren en dat is nooit slecht.
  21. Helpen met de glimlach. Als je ouders je vragen om iets te doen, doe het dan met de glimlach en zonder mokken.
  22. ‘Bedankt voor de hulp‘. Als iemand je helpt, zeg dan altijd dankjewel. Dan zal die persoon je ook een andere keer nog willen helpen.
  23. Bestek is geen speelgoed. Gebruik het zoals het moet. Als je het niet weet, vraag raad.
  24. Niet morsen. Sommige vlekken raken nooit meer uit je kleding. Leg dus altijd een servet op je schoot.
  25. ‘Mag ik het zout alsjeblief?’ Je kan ergens niet bij? Het stoort als je over de tafel leunt. Vraag aan je buur of hij het je kan aangeven.
Bron(nen):   Het Nieuwsblad  parents.com