Nieuwe gezinsvakantie: giraffen doodschieten

Een mens wil wel eens wat anders. Op safari in Afrika is niet spectaculair genoeg. Amerikanen, Britten, Duitsers, Russen en Zweden hebben een nieuw soort gezinsvakanties ontdekt: in zuidelijk Afrika jacht maken op giraffen.

Het neerknallen van de elegante reuzen van de savanne is in landen als Zuid-Afrika, Namibië en Zimbabwe nog legaal, hoewel de totale populatie in Afrika sinds 1988 gehalveerd is, van meer dan 140.000 tot minder dan 80.000. De meeste gelegenheidsjagers laten foto's van zichzelf naast 'hun' dode giraffe nemen. Maar sommigen betalen taxidermisten om de kop van het dier op te zetten zodat ze het kunnen meenemen als ziekelijke trofee van hun Afrikaans 'avontuur'.

De toeristen betalen tot 12.000 euro voor de jachtexpedities die vooral de mannelijke dieren in het vizier nemen. Dierenparken en safariclubs rekenen een trofeepremie van 1.750 euro aan, plus 1.100 euro per dag voor gidsen en spoorzoekers.

De uitbater van een Zuid-Afrikaans jachtpark, die anoniem wenst te blijven, verdedigt de praktijk. 'Er zullen altijd mensen ontroerd raken bij het zien van dode dieren, maar het gaat hier om een geregulariseerde jacht. Neushoorns en andere dieren zijn gered door campagnes die gefinancierd zijn met geld afkomstig van de jacht'.

Ook Fennessy, van de Giraffe Conservation Foundation, is vreemd genoeg voorstander van de jacht. 'In de landen waar de jacht op giraffen is toegelaten, nemen de populaties toe maar over heel Afrika zakt het aantal giraffen. Dat toont dat, mits een goed management, de jacht duurzaam kan zijn'.

Bron(nen):   De Morgen  The Sun