Doodstraforganisatie: bij een op drie executies VS gaat iets mis

Bij een derde van de executies dit jaar in de Verenigde Staten zijn problemen ontstaan. Dat stelt het Informatiecentrum voor de Doodstraf (DPIC) in Washington, dat spreekt over "het jaar van de verprutste doodstraffen". Zeven van de twintig executiepogingen waren "duidelijk problematisch", aldus DPIC. Twee moesten er zelfs worden afgeblazen. De organisatie wijst op "incompetentie bij de beulen, het niet naleven van protocollen of tekortkomingen in de protocollen zelf". Zo kostte het in juli een beul drie uur om een ​​infuus in te brengen bij een executie in de staat Alabama. Het was de langste mislukte executie met een dodelijke injectie in de geschiedenis van de VS. De Amerikaanse staten "hebben aangetoond dat ze niet in staat zijn om dodelijke injecties uit te voeren zonder het risico van knoeierij", vindt de DPIC. "De families van slachtoffers en gevangenen, andere getuigen van de executie en het gevangenispersoneel mogen niet worden blootgesteld aan het trauma van een verprutste executie." Dodelijke injectie Inmiddels neemt het aantal uitgevoerde doodstraffen in de VS af. Het aantal van achttien mensen dit jaar ligt aanzienlijk lager dan dat van tien jaar geleden, toen er nog ruim veertig mensen werden terechtgesteld. In 1999 waren het er nog 98. Inmiddels is in 37 van de 50 Amerikaanse staten de doodstraf afgeschaft of zijn er al ruim tien jaar geen executies meer uitgevoerd. In staten die nog wel gevangenen ter dood brengen, is een dodelijke injectie de gebruikelijke methode. Van de mensen die dit jaar zijn geëxecuteerd, hadden er meerderen een psychische aandoening of waren slachtoffer van verwaarlozing of misbruik. Sommigen pleegden hun misdaden als minderjarigen, benadrukt DPIC. In opiniepeilingen is de steun voor de doodstraf in de VS historisch laag.