Waarom broers vaak samen radicaliseren

De broers Salah en Brahim Abdeslam waren beide betrokken bij de aanslagen in Parijs. Ook de daders van de aanval op Charlie Hebdo waren broers. Net als de bommenleggers bij de marathon in Boston. Toeval? Zeker niet, zegt professor Rik Coolsaet in De Morgen. Want radicaliseren doe je niet alleen.

“De foutieve veronderstelling is vaak dat je extreme ideeën opdoet zoals een griep. Plots krijg je radicale gedachten en vervolgens sluit je je aan bij een groep die die uitdraagt,” vertelt de terrorisme-expert van de UGent. “Maar zo gebeurt het uiterst zelden.”

“Doorgaans begint een radicaliseringsparcours veel onschuldiger, blijkt uit onderzoek. Je voelt je sociaal gefrustreerd, zoekt het gezelschap op van mensen die hetzelfde voelen, vanuit het verlangen ergens bij te horen. Heel vaak zijn dat de mensen die sowieso dicht bij jou staan, je familie en vrienden.”

“Zo onstaat er een groep waarbinnen de dynamiek kan radicaliseren. Het is exact hetzelfde fenomeen dat je ziet bij de vorming van straat- of drugsbendes. Je wordt beïnvloed door wie het dichtst bij je staat,” aldus de professor.

Hoe zorg je dan dat ze deradicaliseren? Volgens Coolsaet is ten eerste maatwerk vereist. “Daarnaast zullen geradicaliseerden alleen argumenten aannemen van mensen die ze vertrouwen. En ten derde moet je perspectief bieden. Zo’n jongere moet het gevoel hebben dat hij aanvaard kan worden door de samenleving.”

Bron(nen):   De Morgen