De ene broer gaat voor goud in Rio, de andere blaast zichzelf op in Brussel

Najim Laachraoui maakte de bommen voor de aanslag in Parijs en pleegde de aanslag in Brussel. Zijn bijna vier jaar jongere broer Mourad gaat voor goud in Taekwondo op de Olympische Spelen. Dezelfde afkomst, dezelfde opvoeding en toch ontwikkelt de een zich tot topatleet en reist de ander af naar het kalifaat. De Volkskrant sprak met Mourad.

Normale jeugd
De broers Mourad en Najim Laachraoui groeien op in de Brusselse deelgemeente Schaarbeek, die net als Molenbeek een slechte naam heeft. “We hadden een normaal en rustig leven,” vertelt Mourad. “Brussel is een multiculturele stad, zoals er zoveel zijn in Europa. De mensen hier hebben verschillende nationaliteiten, religies en inkomens. Alle Belgen hebben dezelfde kansen.”

Sporten
Zijn vader wil niet dat Mourad en zijn broers rondhangen op straat, ze moeten een sport kiezen. Mourad wilde voetballen, maar van hun vader moesten ze zich leren verdedigen. Hij gaat op Taekwondo en blijkt er goed in. “De sport is essentieel voor mij.” Op zijn veertiende doet hij voor het eerst mee aan wedstrijden. Hij wil uitkomen voor de Belgische nationale vlag. “Er is niets zo mooi als vechten voor je eigen land.”

Gefrustreerd
Mourad en Najim verliezen elkaar uit het oog. Najim loopt gefrustreerd rond op school en begint zich in de islam te verdiepen, schrijft zijn leraar Bruno Derbaix na de aanslagen in Brussel in Le Soir. “Zijn islam had niets gewelddadigs. Integendeel, hij legde enthousiast uit dat islam ‘vrijheid’ was en ‘vrede’ en ‘onderwijs’. Hij was nieuwsgierig, had veel interesses en discussieerde graag.”

Maar dan komt hij in contact met Khalid Zerkani, die de radicale islam predikt. Najim laat zijn baard staan en geeft vrouwen geen hand meer. Twee mislukte studies later, gaat hij werken op het vliegveld van Zaventem. Uiteindelijk vertrekt hij begin 2013 naar Syrië en komt twee jaar later getraind terug om aanslagen te plegen.

Niet boos
De hele wereld stelt vragen, maar Mourad heeft geen antwoorden. “Ik weet oprecht niet wat er met mijn broer is gebeurd.” Hij heeft om hem gerouwd, mist hem, maar is niet boos. Wel is hij kwaad op de mensen die Najim ertoe hebben aangezet.

Bron(nen):   Volkskrant (via Blendle)