Wat vluchtelingen aan Nederlanders willen laten weten: “We zijn mensen, geen monsters”

Bijna driehonderd vluchtelingen spraken de afgelopen weken met leden van De Correspondent. Aan het slot van de gesprekken werd gevraagd: Wat moeten Nederlanders weten om te begrijpen hoe jij je voelt in hun land?

Vluchtelingen bleken vooral last te hebben van vooroordelen. Ze wilden graag duidelijk maken dat ze hier niet voor hun lol zijn, dat ze niet uit een achterlijk land komen en dat ze graag willen werken.

Een greep uit de antwoorden:

Syrië is ontwikkeld
“Mij werd gevraagd of ik wel wist hoe een wasmachine werkte. Blijkbaar dacht men dat ik nog alles met de hand waste.”

“Misschien denken ze dat we nog in tenten woonden en op kamelen reden.”

Mensen hadden het goed
“Ik had in Syrië een huis, een auto, een baan, een verloofde en er waren plannen voor een toekomst met kinderen. Mijn verloofde is dood door de oorlog. Mijn huis en mijn werk ben ik kwijt. Ik ben alles kwijt. Kun je dit begrijpen als je dat zelf niet hebt meegemaakt?”

“We zijn hier omdat we in Syrië niet meer konden leven. Het was te gevaarlijk voor ons en de kinderen. Een aantal familieleden is vermoord. Ik ben daar nog vaak heel verdrietig over. In Syrië ontbrak het ons aan niets. We hadden een goed leven. Hier kan ik alleen tweedehands kleren voor mijn kinderen kopen, niets nieuws. Ik voel me soms een bedelaar.”

Ze missen hun familie
“Het is zwaar om alleen te zijn, met een nieuw leven waarvan ik niet weet hoe het zich kan ontwikkelen, wat voor werk ik kan doen, of ik hier kan blijven. Terwijl mijn ouders nog in Aleppo zijn. En mijn broers in Algerije en Duitsland. Het is moeilijk in onzekerheid te leven, zonder toekomstbeeld.”

Ze willen graag werken
“Ik ben hier niet om te profiteren, ik ben hier niet als toerist, ik wil wat bijdragen aan dit land en werken voor mijn geld.”

“Ze moeten weten dat ik niet alles ben kwijtgeraakt in Syrië. Ik heb mijn hersens nog, mijn kennis, mijn ervaring, mijn dromen.”

En gewaardeerd worden
“Ik wil graag gezien worden als mens. Ik respecteer alle geloven, alle nationaliteiten, alle geslachten. Ik wil graag gerespecteerd worden als de persoon die ik ben, met al mijn capaciteiten.”

“We zijn mensen, geen monsters. Als een meisje weet dat een jongen uit Syrië komt, stopt ze met echt contact maken, omdat ze bang is. Wij willen niet dat mensen bang zijn voor ons.”

Bron(nen):   De Correspondent