Waarom vinden we het zo lastig om onze fouten toe te geven?

Je roept steeds dat milieu en dierenwelzijn zo belangrijk zijn. Toch bestel je vlees in een restaurant. Of je koopt een nieuwe auto, terwijl de oude nog prima is en je eigenlijk geen geld hebt. Je weet dat je fout zit, maar dat geef je niet toe. In plaats daarvan verzin je excuses: de overheid moet het klimaat maar redden. En een nieuwe auto rijdt veel zuiniger dus verdien je de aanschafprijs weer terug. Psychologen noemen het cognitieve dissonantie: de stress die we ervaren bij twee tegengestelde gedachten of gedragingen. Dus stel: je beschouwt jezelf als een heer in het verkeer, maar toch snijd je iemand op asociale wijze af. De andere chauffeur begint te schelden. Dan ervaar je dissonantie. Om daar mee om te gaan, ontken je dat je fout zit. De ander had maar beter moeten uitkijken. Om cognitieve dissonantie te voorkomen moeten we onze fout goed praten. Als we onze excuses aanbieden, aanvaarden we namelijk de dissonantie en dat is niet goed voor ons zelfbeeld. Toch is het wel beter om fouten eerlijk toe te geven. Doen we het niet dan gaat het ten koste van de kwaliteit van lange termijnrelaties (iedereen krijgt een hekel aan je). Bovendien kun je van je fouten leren, maar dan moet je ze wel eerst erkennen. Hoe zorg je ervoor dat je dat ook doet? Je geest zal ten koste van alles je zelfbeeld willen behouden dus is het eerst zaak om de cognitieve dissonantie te herkennen. Schuldgevoel, schroom, stress of verwarring kunnen symptomen zijn. Denk daarna aan een situatie waarin je wist dat je fout zat, maar dat probeerde te rechtvaardigen. Bedenk je hoe dat voelde, zodat je het gedrag herkent en kunt corrigeren.

Bron(nen):   Knack