‘Geen direct bewijs tegen Holleeder’

De verdenkingen tegen Willem Holleeder rusten niet op direct bewijs, eigen wetenschap, getuigenverklaringen, telefoontaps of observaties. Ze leunen volledig op verklaringen van anderen, zonder te worden ondersteund door verdere bewijzen.

Dat zei advocaat Sander Janssen maandagochtend in het 'openingsstatement' van de verdediging in het proces tegen 'De Neus'. Janssen sprak van een strafzaak van ,,ongekende dynamiek", nog versterkt door de inbreng van Astrid en Sonja Holleeder en Holleeder's ex-vriendin Sandra den Hartog. Hij hekelde met name het ,,zorgvuldig geregisseerde media-offensief" van de kant van de zussen, ,,dat ook in de media heeft geleid tot een reeks eenzijdige verklaringen".

Dat Holleeder een rol speelde in het Amsterdamse criminele milieu, betekent volgens de strafpleiter nog niet ,,dat hij een belang had bij of een rol speelde in het opdracht geven tot liquidaties". Hij wil met zijn college Robert Malewicz ,,de komende maanden aantonen en onderbouwen dat hij niet de spil in de Amsterdamse onderwereld was die iedereen in hem ziet." Ook zei hij met bewijs te komen dat de zussen van Holleeder op belangrijke punten hebben gelogen ,,en het motief en de middelen hadden om hun broer te beschadigen".

De zaak gaat maandagmiddag om één uur verder. De rechtbank start dan met het verhoor van Holleeder zelf.