Eén op de vier verkrachters (24 procent) gaat na zijn veroordeling opnieuw verkrachten.

De kans dat een veroordeelde verkrachting nog een keer toeslaat is best wel groot. Eén op de vier verkracht na zijn straf opnieuw iemand. Maar de kans dat het bij die ene keer bleef is nog veel groter: 3 op de 4 doen het de rest van hun leven niet opnieuw. De cijfers komen uit onderzoek van professor Arjan Blokland. Hij deed onderzoek naar de criminele loopbanen van 500 Nederlandse mannen die eind jaren zeventig werden veroordeeld voor een zedendelict. NRC schrijft over hem. Want hij heeft meer cijfers. Van degene die niet opnieuw verkrachten is een groot deel wel opnieuw betrokken bij misdrijven. Acht op de tien verkrachters (86 procent) plegen na hun veroordeling opnieuw een misdrijf. Dat kan van alles zijn: diefstal, mishandeling, rijden onder invloed, een overval.

De cijfers laten het dilemma zien. Het principe van de Nederlandse rechtsgang en moraal is dat iedereen een nieuwe kans kan krijgen. Tenzij het risico voor de samenleving te groot is. Maar hoekom je er achter wie de ene op de vier is?

Bron(nen):   NRC