Kom op vrouwen, we gaan weer allemaal topless

In de jaren zeventig was topless zonnen heel gewoon: sterker als je het niet deed was je een beetje suf & preuts. En nu? Bijna geen vrouw durft het nog aan op de Nederlandse stranden. De tijden zijn veranderd, schrijft HP/De Tijd. “Nu zie je op het strand bijna alleen maar bedekte borsten. Er zijn nog wel een paar diehards die topless zonnen, maar ze paraderen niet meer trots rond, zoals in de jaren zeventig. En als ze een ijsje gaan halen bij het strandpaviljoen, doen ze snel iets aan. Want de norm is tegenwoordig: bedekt.”
” “Vorig jaar bleek uit een onderzoek van LINDA.meiden dat de helft van hun lezeressen wel zonder bovenstuk op het strand zou willen zitten. Dat is een fiks percentage, maar het is niet wat het strandbeeld laat zien. Wij denken dat dat te maken heeft met de opkomst van sociale media en smartphones. Vrouwen zijn bang dat er een foto op sociale media terechtkomt en dat ze dan vervelend commentaar krijgen. Ze voelen zich kwetsbaar. Maar als we weer met zijn allen topless gaan zonnen, dan verdwijnt die kwetsbaarheid. Als blote borsten op het strand weer normaal worden, is er weinig eer meer aan te behalen om die op sociale media te zetten.”
De angst om je bloot te geven komt ook door het visuele bombardement van ‘perfecte’ borsten. En perfect is nu toevallig niet wat perfect was in de tijd van Rubens. Borsten dus die veel vrouwen niet hebben. Maar volgens HP/De Tijd komt dat ook goed. “Je ziet nu al dat bepaalde groepen ageren tegen dat onrealistische schoonheidsideaal. De body positivitybeweging verzet zich bijvoorbeeld tegen de norm dat je slank moet zijn. Mensen weten echt wel dat we met onze onrealistische schoonheidseisen een heilloze weg zijn ingeslagen waar niemand gelukkig van wordt. Als het schoonheidsideaal breder en diverser wordt – en het kan niet anders of dat zal op een gegeven moment gebeuren –, zullen vrouwen er minder onder lijden. En dan zullen ze zich misschien ook niet meer schamen om topless op het strand te zitten.”

Bron(nen):   HP/De Tijd