Britse voetbalclubs zwaar in de schulden

In Nederland bestaat het idee dat vaderlandse voetbalclubs nooit meer een Champions League kunnen winnen omdat ze financieel de boot hebben gemist. Dat idee werd versterkt doordat Ajax vorige week meldde met een miljoenschuld te kampen en Feyenoord het ene gat stopt met het andere; in de Jupiler League is het kommer en kwel. 
Maar kijk eens bij de buitenlandse clubs die er met de buit vandoor lijken te gaan. Waar de eredivisie wekelijks volle stadions trekt, laten de tribunes in Italië vaak lege plekken zien. In Duitsland spelen Borussia Dortmund en FC Schalke ’04 in reusachtige stadions die bij elke wedstrijd met respectievelijk 80.000 en 60.000 mensen zijn gevuld, en toch staan beide clubs geregeld aan de rand van de financiële afgrond. Real Madrid wordt met honderden miljoenen door de gemeente gespekt en overeind gehouden door vastgoedmagnaten, maar hoe lang kan dat blijven duren nu alle bouwkranen in Spanje stilstaan? 
En vergeet Engeland niet. Manchester United is de grootste club ter wereld, maar zit ook met de grootste schulden. Liverpool verwisselt steeds van eigenaar. Chelsea leeft geheel van de goedgunstigheid van een Russische miljardair. Tegelijk zitten andere clubs in de lift naar beneden. 
Newcastle United is vorig jaar gedegradeerd, hoewel de club dankzij bierbrouwers een tijd bij de twintig ‘rijkste’ van Europa behoorde. Leeds United dobbert nog een divisie lager, nadat de club al in de tijd dat het niet op kon in grote financiële problemen raakte. Portsmouth FC, nummer laatst in de geldmachine van de Premier League, moet voor liquidatie vrezen. En zo gaat het maar door. 
Vergeet ook niet dat Ajax zijn grootste successen boekte toen het nog voor een handjevol toeschouwers speelde in het kleine stadion De Meer aan de Amsterdamse Middenweg (een historische plek waar nu een treurig rijtje nieuwbouwflats staat). De tijd van Piet Keizer en Johan Cruijff komt nooit meer terug, maar het lijkt uiterst onwaarschijnlijk dat de huidige ‘boom’ in de grote voetballanden kan blijven voortduren.

Bron(nen):   The Wall Street Journal