Joden & genen

Spreken of schijven over ‘de joden’ zal in Nederland niet zo snel gebeuren. Voor je het weet heb je immers Ronny Naftaniel of Leon de Winter achter je aan. 
Twee wetenschappers in de LA Times durven het aan. Sterker: zij beweren dat er genen zijn waardoor de Ashkenazische joden – dat zijn joden van Europese komaf – enerzijds extra vatbaar zijn voor erge ziekten en anderzijds meer dan gemiddeld intelligent zijn. 
De wetenschappers, Gregory Cochran en Henry Harpending, denken dat dat geen toeval is. Beiden zijn hoogleraar in de antropologie en beiden stelden vast dat Europese joden bijvoorbeeld meer dan gemiddeld lijden aan Tay-Sachs ziekte. Bij die ziekte is sprake van een vertraagde verstandelijke en motorische ontwikkeling, een te lage spierspanning en blindheid. Aangedane kinderen zijn schrikachtig en verleren eerder verkregen vaardigheden. Uiteindelijk leidt dit tot een vegeterende toestand. 
Daarnaast zijn Europese joden ook extra vatbaar voor de ziekte van Canavan, een al even akelige aangeboren ziekte. 
Maar ook scoren joden gemiddeld hoger bij IQ-testen dan niet-joden. Dat verschil lijkt op het eerste gezicht niet groot, maar heeft enorme gevolgen. Joden scoren gemiddeld tussen de 108 en 115, terwijl niet-Joden op honderd zitten. Het gevolg voor het aantal geniën is echter groot. 
Bij een gemiddeld IQ van 100 heeft 0,4 procent een IQ van boven de 140 en is daarmee geniaal; bij de scores van joden is het aantal personen met een IQ van boven de 140 echter niet minder dan 2,4 procent, dus bijna zes keer zoveel. Dat er relatief veel joden op sleutelposities in de maatschappij en de wetenschap zitten vinden Cochran en Harpending (geen van beidn joods) dan ook niet onlogisch. 
Zij menen dat zowel de extra kans op erge ziekten als de verhoogde intelligentie iets van doen heeft met genetische bepaling. Omdat joden door de eeuwen hebben geput uit een kleinere genenpool – joden trouwen immers vaak met joden – zijn er defecten opgetreden die worden doorgegeven, maar is ook gemiddeld extra intelligentie ontstaan. 
Dus dat Marx en Einstein en Spinoza en Kissinger en Cohen, en al die andere bijzondere mensen Joden zijn, is misschien toch geen toeval.

Bron(nen):   Los Angeles Times