Einstein nog één keer op de proef

Volgens de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein worden ruimte en tijd vervormd door zware objecten. Deze vervorming kennen wij als zwaartekracht. De theorie houdt ons daarnaast voor dat er bij zeer hevige kosmische gebeurtenissen, zoals het samensmelten van twee sterrenstelsels, gravitatiegolven kunnen ontstaan. Deze golven strekken zich uit door het heelal vervormen de ruimtetijd een beetje als ze langskomen. Gravitaitegolven zijn nog niet ontdekt, maar als Einstein’s theorie klopt, zouden ze wel moeten bestaan. Sterker nog, als de golven worden gevonden, zou dat het krachtigste bewijs van Einsteins’s gelijk tot nu toe zijn.
Wetenschappers willen nu het bestaan van gravitatiegolven aantonen door gebruik te maken van zogenaamde pulsars. Een pulsar is een overblijfsel van een zware ster. Een klein klompje superdichte materie dat snel ronddraait en daarbij constant radiogolven uitzenden. De golven zijn altijd even sterk en hebben een constante frequentie. Pulsars zenden hun radiogolven uit met dezelfde nauwkeurigheid als een atoomklok.
Als er een gravitatiegolf langskomt zou deze het ritme van een pulsar moeten verstoren. Pulsarsignalen die door een gravitatiegolf zijn getrokken zouden dichter op elkaar moeten zitten, of juist verder uit elkaar, afhankelijk van hoe de golf langskomt. Gravitatiegolven rekken de ruimte in een richting uit, en drukken deze in de andere riching samen.
Deze metingen kunnen vanwege de enorme afstanden nog wel een paar jaar gaan kosten, maar wetenschappers hopen hiermee een definitieve bevestiging van de juistheid van de relativiteitstheorie te pakken te krijgen. Bekijk de link met een animatiefilmpje voor meer uitleg.
 

Bron(nen):   NewScientist