Wat voor heelal was er vóór de big bang? Hoe startte de oerknal?

De big bang is – voor een alfa – al lastig voor te stellen, maar wat er daarvoor was is nog moeilijker. De wetenschapsrubriek van De Pers doet dit weekeinde een verdienstelijke poging de gangbare theorieën over de wereld voor de wereld te schetsen.
Het gaat over snaar theorieën en ‘luskwantumzwaartekracht’.
Het stuk begint als volgt:
Wat gebeurde er in die picoseconde waarin het huidige heelal ontstond? En wat was er daarvóór? Die laatste vraag was jarenlang verboden terrein. Maar sinds kort durven steeds meer kosmologen hem toch te stellen. Wat kunnen berekeningen ons leren? En kunnen we nog iets van dat ‘andere’ heelal zien? Het grote probleem is dat ze, om de oerknal te begrijpen, twee theorieën samen moeten voegen: de kwantummechanica en de Algemene Relativiteitstheorie. Beide zijn nodig: de kwantummechanica omdat die het gedrag van elementaire deeltjes beschrijft (en het heelal wás op dat moment zoiets als een elementair deeltje); de Algemene Relativiteit omdat die de zwaartekracht beschrijft – en dat was in die eerste momenten de dominante kracht. Maar beide theorieën verschillen hemelsbreed. Zelfs Einstein was niet in staat om ze te ‘unificeren’. Reusachtige zeepbel De bekendste poging om dat toch te bereiken, is de ‘snaartheorie’, die stelt dat elementaire deeltjes in wezen trillende snaren zijn in een wereld van vele dimensies.
Lees verder bij De Pers

 

Bron(nen):   De Pers