Hersenafwijkingen: IVF is niet ongevaarlijk

Kinderen die geboren worden na IVF en ICSI hebben meer kans op een cerebrale parese. Dat is al langer bekend, maar tot op heden was niet duidelijk of dat lag aan de ingreep, aan het feit dat er meer meerlingen en premature kinderen geboren worden na deze ingrepen of aan een mechanisme dat verband houdt met de onvruchtbaarheid van (één van) de ouders.

In Denemarken werd onderzocht of er een relatie bestaat tussen de tijd die het duurt om zwanger te worden en het risico op een cerebrale parese. Als de zwangerschap niet lang op zich laat wachten, zijn de ouders waarschijnlijk normaal vruchtbaar en hoe langer het duurt hoe waarschijnlijker het is dat er sprake is van verminderde vruchtbaarheid.

Een cerebrale parese is een bewegingsstoornis die zich op verschillende manieren kan uiten. Spasticiteit is een veel voorkomende vorm. Het is een ernstige, maar gelukkig relatief zeldzame aandoening, ook na IVF en ICSI. In deze studie werd een cerebrale parese vastgesteld bij 0,57% van de IVF/ICSI kinderen (dat is 1 op de 176) tegenover 0,18% van alle kinderen.

De onderzoekers vonden geen verband tussen de duur-tot-zwangerschap en een cerebrale parese. Zelfs als gecontroleerd werd voor prematuriteit en meerlingzwangerschappen, vonden ze dat kinderen die geboren werden na IVF/ICSI twee keer meer kans hadden op een cerebrale parese dan kinderen die geboren werden na een spontane conceptie.

Belangrijk om te weten is wel dat het ging om kinderen die tussen 1997 en 2003 geboren werden. De technologische ontwikkelingen staan niet stil: de kans op hersenafwijkingen na IVF/ICSI kan nu alweer lager zijn. Daar zijn ook aanwijzingen voor, zeker als men slechts 1 embryo per keer terugplaatst.

Bron(nen):   PhysOrg.com