Ik zie, ik zie wat jij niet ziet!

Sommige dieren hebben, buiten hun ogen, nog andere cellen waarmee ze licht kunnen waarnemen. De larven van fruitvliegjes bijvoorbeeld. Handig, want zo kun je voorkomen dat je kont onbedekt is als je kop ingegraven zit in je voedsel.

Er bestaan vele vormen van ogen, variërend van een simpel klompje lichtgevoelige cellen tot de geavanceerde lensogen van zoogdieren. Insecten hebben relatief ingewikkelde samengestelde ogen. Maar hun larven moeten het met  minder doen. Zij hebben alleen een tweetal putjes met een paar lichtgevoelige cellen, de Bolwig’s organen. Bij de larven van fruitvliegjes bestaan die ‘ogen’ uit slechts 12 cellen. De larfjes leven bij voorkeur diep ingegraven in hun voedsel. Blootstelling aan licht maakt hen vatbaar voor uitdroging en omdat ze in het licht duidelijk zichtbaar zijn, zijn ze dan een makkelijke prooi.

Bij proeven in laboratoria kruipen de larven steevast weg van lichtbronnen. Groot was echter de verbazing van Amerikaanse biologen toen ze zagen dat larven, die door een mutatie helemaal geen ogen hadden, ook wegkropen van het licht. In eerste instantie dachten ze aan temperatuurverschillen. Lichtbronnen geven tenslotte ook warmte af. Maar de warmteafgifte van de lampjes waar ze mee werkten, bleek minimaal. Bovendien ontdekten ze dat de larven alleen wegkropen bij lichtsterktes die gelijk waren aan ongeveer de helft van het daglicht op een heldere zomerdag, of hoger. Zwakker licht deerde hen niet.

Uiteindelijk kwamen de onderzoekers erachter dat fruitvlieglarfjes niet alleen met hun ogen kunnen ‘zien’. Ze hebben, verspreid over hun lijf, speciale zenuwcellen zitten die licht kunnen waarnemen, als dit licht maar sterk genoeg is.

Bron(nen):   Noorderlicht