Natuurkundige Martin Bojowald wil vóór de oerknal kijken

De oerknal was het moment waarop het heelal ontstond uit een zeer klein en oneindig dicht punt, een zogenaamde singulariteit. Een soort oeratoom, maar dan oneindig veel kleiner. Een singularteit bevindt zich ook in het centrum van een zwart gat, een punt waar begrippen als tijd en ruimte door de oneindig sterke zwaartekracht hun betekenis simpelweg verliezen.
Althans, dat wat de standaard kosmologie ons vertelt. Steeds meer natuurkundigen denken dat een singulariteit niet het einde van ruimte en tijd is, maar slechts de limiet van wat we met onze krachtigste theorie kunnen beschrijven. Deze theorie is de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein, al ruim een eeuw oud. De jonge natuurkundige Martin Bojowald denkt dat het verhaal van Einstein nodig aan herziening toe is.
Bojowald, pas 37 jaar, is een van de aanhangers van de Kwantum Loop Theorie van de Zwaartekracht (Loop Quantum Gravity, LQG). Volgens Bojowald is de ruimtetijd niet vlak en glad, maar bestaat het op de allerkleinste schaal uit kleine ‘ringetjes’ (loops). Toen Bojowald de ontwikkeling van het heelal met behulp van zijn wiskundige vergelijkingen terug volgde tot de oerknal, ontdekte hij iets facinerends. Doordat de ringetjes een eindige afmeting hebben en daardoor niet oneindig veel energie aankunnen, ontstaat er een tegenkracht. Niet alleen voorkomt deze kracht de ineenstorting in een singulariteit, het zorgt er ook voor dat het heelal opnieuw ontstaat ‘aan de andere kant van de oerknal.’ Een soort binnenstebuiten heelal dus.
Toegegeven, het hele verhaal klinkt nog wat exotisch. Volgens Bojowald is LQG ‘meer dan een hypothese maar minder dan een theorie. Bojowalds theorie wordt binnenkort op de proef gesteld met een nieuwe ruimte telescoop die gammastraling meet. Door de ‘ringetjes’ in de structuur van de ruimtetijd zou straling van een andere golflengte een fractie langzamer reizen. We zijn natuurlijk benieuwd naar de afloop.

Bron(nen):   NewScientist