Waren onze voorouders slimmer dan wij?

De hersenen van de mens zijn de afgelopen 20.000 jaar gekrompen. Zijn we nu ook dommer geworden? Daarover lopen de meningen uiteen.

Er zijn verschillende theorieën om het krimpen van ons brein te verklaren. Zo zouden grote hoofden beter bestand zijn tegen de kou in de Late Steentijd. Of groeiden de schedels door het eten van vlees, waarbij veel gekauwd moest worden en stopten ze met groeien toen ons voedsel makkelijker te verorberen werd? Een hoge kindersterfte en ‘the survival of the fittest’ zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat alleen de grootste hoofden overbleven. Als de kindersterfte afneemt, geldt dat niet meer.

Nu is er nog een nieuwe hypothese. David Geary en Drew Bailey van de Universiteit van Missouri ontdekten dat de schedels toenamen in omvang als de bevolkingsdichtheid laag was en krompen als de bevolkingsdichtheid toenam. Zij denken dat de hersenen in complexe samenlevingen minder groeien, omdat mensen niet zo slim moeten zijn om te overleven. 'Onze voorouders waren niet per se intelligenter dan wij. Zij hadden andere vaardigheden nodig, omdat ze niet beschikten over de sociale ondersteuning die wij kennen', aldus Geary.

Paleontoloog John Hawks gelooft daarentegen dat ons kleiner wordende brein betekent dat we steeds intelligenter worden. De hersenen verbruiken tot 20% van alle calorieën die we consumeren. Dus vergen grotere hersenen meer energie en hebben ze meer tijd nodig om zich te ontwikkelen. Volgens Hawks vond er tussen de 20.000 en 10.000 jaar geleden een ongewoon gunstige mutatie plaats in de menselijke ontwikkeling, die ervoor zorgde dat onze hersenen meer gestroomlijnd werden.

Alle theorieën ten spijt lijkt het er op dat de grootte van onze hersenen weer toeneemt. Dat blijkt dan weer uit een recente studie van de antropoloog Richard Jantz van de Universiteit van Tennessee.

Bron(nen):   Daily Mail  Discover Magazine