Varkens zijn geprogrammeerd om te wroeten

Marc Bracke van de Wageningen Universiteit vergeleek het gedrag van varkens met dat van verwante ‘wroeters’, zoals het nijlpaard en andere gehoefde dieren, zoals herten. Herten rollen niet door de modder, maar wel over de grond om zo hun geur achter te laten.

Varkens hebben geen zweetklieren en moeten dus andere dingen doen om af te koelen, dacht men. Uit de vergelijking beredeneerde Bracke dat het moddergewroet van varkens een rol kan spelen in het vinden van een partner en hun voortplanting. De verre voorouders van het varken hebben zich het rollen doorheen de evolutie eigen gemaakt. ‘We komen allemaal voort uit vissen’, stelt Bracke. Het kan dus zijn dat dieren die nu – net als vissen – door water en modder bewegen dit aan de vissen overgehouden hebben.

Veel dieren zouden dit gedrag opzij geschoven hebben, omdat het gevaarlijk is. In de modder kunnen zich namelijk roofdieren ophouden. Maar varkens zijn relatief groot, hebben grote hoektanden en zijn dus beter in staat om zich bij een aanval te verweren. Varkens ontwikkelden geen zweetklieren, omdat ze toch al graag door de modder wroetten. Mogelijk zijn varkens gewoon geprogrammeerd om te wroeten en vormt dit zelf al een beloning en een belangrijk ingrediënt van een goed varkensleven.

Een en ander heeft natuurlijk consequenties voor de veehouderij. Varkens moeten voldoende ruimte hebben om te wroeten, te spelen en te rollen.

Bron(nen):   De Morgen