10 mythen over bedwantsen

In Amerika vormen bedwantsen of Cimex lectularia, vroeger ook wel wandluizen genoemd, een ware plaag. Maar ook in Nederland en België zijn ze bezig met een opmars. Dat wil zeggen dat hun aantal sterk toeneemt, want het zijn vrij onschuldige insecten. Helaas doen er nogal wat wilde verhalen de ronde. Ziehier de meest voorkomende misverstanden:

Mythe 1: Bedwantsen kunnen vliegen
Bedwantsen hebben geen vleugels en kunnen dus niet vliegen. Tenzij je een föhn achter hen zet, zegt Stephen Kells, een bedwantsonderzoeker aan de Universiteit van Minnesota. Dan zullen ze ongeveer 1,2 meter vliegen. Op eigen kracht kruipen bedwantsen ongeveer 1 meter per minuut, zegt hij.

Mythe 2: Bedwantsen vermenigvuldigen zich snel

Vergeleken met andere insecten verloopt de voortplanting heel traag. Elk volwassen vrouwtje produceert ongeveer 1 eitje per dag, een huisvlieg legt 500 eieren gedurende 3 tot 4 dagen. Elk eitje doet er 10 dagen over voor er een babywants uit komt en het duurt nog eens 5 tot 6 weken voor het nageslacht zich ontwikkelt tot volwassen wantsen.

Mythe 3: Bedwantsen kunnen een jaar overleven zonder te eten

Wetenschappers zijn het er nog niet over eens, maar er zijn aanwijzingen dat bedwantsen bij een temperatuur van circa 23 graden Celsius slechts 2 tot 3 maanden kunnen overleven zonder een bloedmaaltijd. Maar omdat ze koudbloedig zijn, vertraagt hun metabolisme in koelere klimaten en kunnen ze daar misschien wel een ​​jaar zonder voeding.

Mythe 4: Bedwantsen bijten alleen ‘s nachts

Hoewel bedwantsen over het algemeen ‘s nachts actief zijn, zullen ze net als mensen opstaan als ze honger hebben. Als je een week weggaat en je ploft daarna thuis op de bank zullen de bedwantsen, ook al is het overdag, op je af komen.

Mythe 5: Bedwantsen leven uitsluitend in matrassen
De naam ‘bedwants’ is verwarrend. het zijn ook huisdier-, koffer-, trein- en bioscoopwantsen. Bedwantsen verspreiden zich overal in de leefruimte en zijn te zien op elk oppervlak, zoals stoelen en plafonds.

Mythe 6: Bedwantsen hebben een voorkeur voor onhygiënische, stedelijke omgevingen
Bedwantsen discrimineren niet. Ze voelen zich overal thuis: van chique gebouwen tot de daklozenopvang. Elke locatie is kwetsbaar, maar sommige mensen hebben meer geld om ze te laten verwijderen.

Mythe 7: Bedwantsen kruipen over ons lichaam

Bedwantsen houden niet van warmte, Je krijgt ze dus met geen stok in je haar of op je huid, zoals luizen of teken. Ook in onze kleding vinden ze het te warm. Ze reizen liever met ons mee in rugzakken, koffers, schoenen en andere dingen, die verder verwijderd zijn van ons lichaam.

Mythe 8: Bedwantsen brengen ziekten over
Hoewel een beet van een bedwants kan leiden tot angst, slapeloosheid, jeuk en zelfs tot een ontstoken bultje, zijn er geen gevallen bekend van bedwantsen die ziekten overdragen op de mens. Er zijn echter tenminste 27 virussen, bacteriën, protozoa en meer gevonden in bedwantsen, maar deze microben vermenigvuldigen zich niet in de beestjes.

Mythe 9: DDT moet terug op de markt komen
Toen het omstreden bestrijdingsmiddel DDT werd verboden in 1972, waren de meeste bedwantsen er al resistent voor en dat is nu nog het geval, dankzij het ​​gebruik van andere pesticiden, zoals pyrethroïden. Deze richten zich op natriumkanalen in de cellen van de beestjes, net als DDT. Het gevolg is dat bedwantsen die resistent zijn tegen pyrethroïden dat ook zijn tegen DDT.

Mythe 10: Met een spray hou je de beestjes op afstand

Omdat ze resistent zijn tegen bestrijdingsmiddelen, is de aanschaf van een spray weggegooid geld. De meest effectieve oplossingen zijn ontsmetting en warmtebehandelingen, maar deze kunnen $ 2.000 tot $ 3.000 kosten voor een eensgezinswoning. Wetenschappers zijn naarstig op zoek naar andere strategieën, zoals bevriezing of een lokgel, zoals die wordt gebruikt voor de bestrijding van kakkerlakken. Ook worden proeven gedaan met infrarood- en bewegingssensoren om de bedwantsen op te sporen en in de val lokken.

Vergeet de diaserie niet te bekijken!

Bron(nen):   Scientific American  diaserie