Prehistorische vrouwen gingen op jacht naar een man

Prehistorische vrouwen uit Zuid-Afrika verlieten hun familie om op zoek te gaan naar een man. De mannelijke leden van twee rechtoplopende mensachtige soorten, die meer dan een miljoen jaar geleden in Zuid-Afrika leefden, bleven heel hun leven thuis wonen, terwijl hun vrouwen van elders kwamen. Dat blijkt uit onderzoek van hun tandglazuur, dat net in Nature is verschenen.

Een internationaal team van onderzoekers wilde de verspreiding in het landschap van onze voorouders in kaart brengen. Ze onderzochten resten van Australopithecus africanus uit Sterkfontein en van Paranthropus robustus uit Swartkrans (foto), die verwant zijn aan de oudere Australopithecus afarensis, waarvan ‘Lucy’ het beroemdste exemplaar is.

Het onderzoeksteam heeft 19 tanden van 2,7 tot 1,7 miljoen jaar oud onderzocht. Door het eten van planten en dieren nemen aangroeiende beenderen en tanden strontium op, een metaal dat in de bodem zit. Elke bodem heeft een unieke verhouding van bepaalde strontiumdeeltjes. Daardoor is het mogelijk aan het strontium dat in tanden zit, te zien waar iemand is opgegroeid. Met een laser hebben de onderzoekers kleine stukjes glazuur gesneden uit de tanden, die zich vormden rond de leeftijd van 8 jaar. Zo konden ze zien waar dat individu at en dus leefde als kind.

Toen de wetenschappers de plaats waar iemand was opgegroeid vergeleken met de plaats waar het skelet uiteindelijk was terechtgekomen, leidde dat tot een verrassend resultaat. Bijna de helft van de kleinere – vrouwelijke – tanden was niet afkomstig uit de buurt van de vindplaats, tegenover slechts 10% van de mannelijke. Dat wijst er op dat vrouwen wegtrokken uit hun familie. Ook bij chimpansees en bonobo’s verlaten de vrouwtjes hun familie als ze volwassen zijn om op zoek te gaan naar een partner. Toch komt dit vrij weinig voor bij primaten.

Bron(nen):   De Standaard  Nature