Waarom het zo slecht is om een maximizer te zijn

Je hebt twee typen mensen: zij die altijd zoeken naar de beste optie, en zij die stoppen met zoeken, zodra ze iets vinden wat goed genoeg is. En die laatste groep is een stuk gelukkiger.

Maximizers blijven zoeken naar het aller beste wat mogelijk is: het grootste huis, de mooiste tuin, de geweldigste vakantie of de bestbetaalde baan. Dat allemaal vinden is een uitputtingsslag. En wanneer is het genoeg? Want het aller beste zul je nooit vinden.

Satisficers zijn mensen die genoegen nemen met een goede keus, maar nooit de aller beste optie zullen vinden. Een simpel voorbeeld is schoenen kopen: een maximizer zal eerst de hele stad aflopen en misschien nog wel drie steden bezoeken, op zoek naar het aller mooiste paar schoenen. Een satisficer vindt waarschijnlijk in de tweede winkel een prima paar en gaat daarna lekker op een terras zitten.

Uit onderzoek van Barry Schwartz, die De paradox van keuzes schreef, en collega Andrew Ward onder 600 laatstejaarsstudenten bleek dat maximizers betere banen hebben en gemiddeld 7000 dollar meer verdienen dan satisficers.

Maar: de maximizers waren pessimistischer, gestrester, vermoeider, angstiger, zorgelijker en gedeprimeerder dan de satisficers. De maximizers hadden ook vaker spijt en last van frustratie. Verder waren ze zelfs ontevredener over hun baan. Dus maximizers voelden zich beduidend slechter, hoewel ze beter presteerden.

Schwartz benadrukt dat dit ook geldt voor ouders die steeds maar het aller beste voor hun kind willen. Zowel ouder als kind is gelukkiger als de ouder tevreden is wanneer het goed gaat. Het hoeft niet perfect.

Het belangrijkste advies van de wetenschapper is dan ook: wees geen maximizer. Daar word je bepaald niet gelukkig van.

Bron(nen):   Psychologie Magazine