Waarom zoveel mensen kinderen willen, terwijl ze er helemaal niet gelukkig van worden

Onderzoek na onderzoek wijst uit dat we van kinderen krijgen niet gelukkiger worden. En hoewel het aantal stellen dat aan kinderen begint, afneemt, stichten nog steeds verreweg de meeste koppels toch een gezin. Waarom? Populair wetenschappelijk magazine New Scientist zocht het uit.

Meer stress en depressies
Het is lastig te onderzoeken wat de invloed is van kinderen op geluk, omdat ook factoren als het huwelijk en financiën van invloed zijn, maar “verreweg de meeste onderzoeken vinden geen enkel effect of zelfs een negatief effect,” zegt econoom Andrew Oswald van de universiteit van Warwick in Engeland. Stellen zijn minder blij met hun seksleven nadat ze kinderen hebben gekregen. Verder bestaat er een associatie met depressie, slapeloosheid en, in de woorden van één onderzoek, ‘een versnelde uitholling van het huwelijk’.

In een veel geciteerde studie uit 2006 van onder andere de bekende Princeton-psycholoog Daniel Kahnemann waardeerde een groep werkende Amerikaanse moeders kinderzorg als 16e van 19 alledaagse taken. Dat is qua aantrekkelijkheid, net boven het forenzen van en naar het werk en het werken zelf.

In 2015 publiceerde Daniel Hamermesh van de universiteit van Londen met zijn collega’s een onderzoek onder ruim 14.000 Australische en Duitse stellen. Daarin gaven moeders aan na de geboorte van hun kind veel meer last te hebben gekregen van stress en die stress bleef toenemen tot vier jaar na de geboorte, het moment dat het onderzoek stopte.

“Mocht je denken dat je wezenlijk gelukkiger zult worden van het krijgen van kinderen, dan heb je het hoogstwaarschijnlijk mis,” aldus Oswald.

Geen weg terug
Waarom denken mensen dan toch dat ze er goed aan doen om kinderen te krijgen? Eén mogelijke verklaring is volgens psychologen dat we nu eenmaal slecht zijn in het nemen van beslissingen. “Over het algemeen weten mensen niet goed waar ze gelukkig van zullen worden,” vertelt Oswald. En als de kinderen er eenmaal zijn dan is er geen weg meer terug. Vanaf dat moment is het in het belang van de ouders om er een ­positieve draai aan te geven. “Mensen doen er alles aan om zichzelf ervan te overtuigen dat ze het juiste hebben gedaan.”

Ook hebben we een selectief geheugen. Wanneer we terugkijken op onze ervaringen, onthouden we de hoogtepunten, zoals de eerste glimlach van een kind, vertelt econoom Nattavudh Powdthavee van de London School of Economics – een fenomeen dat bekend staat als verankering. Door deze vorm van zelfmisleiding overschatten we vaak hoe gelukkig we werden van kinderen of van andere dingen die we ooit hadden.

Voortplantingsdrang bestaat niet
Maar hoe zit het met onze aangeboren drang om ons voort te planten? Volgens antropologe Susan Hrdy van de universiteit van Californië is het verlangen naar kinderen cultureel bepaald en niet aangeboren. “Moeder natuur, en daarmee bedoel ik Darwiniaanse natuurlijke selectie, hoefde helemaal geen gevoel van “oh ik moet kinderen hebben” bij ons in te bouwen,” vertelt ze. “Het enige wat de natuur hoeft te doen om ons kinderen te laten ­krijgen, is ons van seks te laten genieten.”

Bron(nen):   New Scientist (via Blendle)