Topastronoom van Harvard gelooft dat hij ruimteschip heeft gezien

Het langwerpige voorwerp, dat een telescoop op Hawaï vorig jaar waarnam in de ruimte, is mogelijk afkomstig van een buitenaardse beschaving. Dat zegt Avi Loeb, hoofd van de sterrenkunde-afdeling van de universiteit van Harvard.

Oumuamua, zoals het mysterieuze ding is genoemd, heeft meerdere kenmerken die er op duiden dat het in ieder geval niet om een gewone meteoriet gaat. “Ik geloof niet in ufo’s, maar ik denk wel dat ’Oumuamua een overblijfsel is van een buitenaardse beschaving,” vertelt Loeb in de Volkskrant. “We ontdekten een rare afwijking in zijn baanbeweging, eentje die je niet kunt verklaren door de aantrekkingskracht van de zon. Dat zie je wel vaker bij een komeet, wanneer het ijs op het oppervlak verdampt. Dan krijg je een soort raket-effect. Maar ’Oumuamua is geen komeet. Hij heeft niet de kenmerkende staart van een komeet en ruimtetelescoop Spitzer vond in de buurt van het object niet de koolstofmoleculen die je bij een komeet zou verwachten.”

Loeb speculeert verder: “De vraag is dus: waar kreeg hij dat extra zetje dan door? Het enige dat ik kan bedenken is stralingsdruk. ’Oumuamua kan een lichtzeil zijn. Net zoals een zeil op een boot vooruit wordt geduwd door deeltjes in de lucht, krijgt een lichtzeil vaart wanneer lichtdeeltjes erop botsen. Die technologie hebben we op aarde ook, maar staat hier nog in de kinderschoenen. Het kan dus best dat een buitenaardse beschaving, die meer tijd heeft gehad om die technologie te ontwikkelen, ’Oumuamua heeft gemaakt.”

Loeb vindt het eigenlijk vanzelfsprekend dat er buitenaardse beschavingen bestaan. “Het is een logische extrapolatie, gebaseerd op twee feiten. Allereerst het feit dat wij bestaan. En ten tweede het feit dat in de Melkweg veel planeten zijn met condities die vergelijkbaar zijn met die op aarde. We denken dat ongeveer een kwart van de sterren een planeet heeft zoals de aarde, met de mogelijkheid van vloeibaar water. Dat zijn in totaal miljarden planeten. Als je dan steeds weer de dobbelsteen gooit, is de kans heel klein dat het maar één keer raak was, dat wij alleen zijn in de kosmos.”

Bron(nen):   De Volkskrant